| Zoekweergave | Grétry, André Ernest Modeste | Terug |
Grétry, André Ernest Modeste (Luik 11 febr. 1741 – Montmorency 24 sept. 1813), Zuid-Nederlands componist, deed als koorzanger in de collegiale kerk St-Denis te Luik zijn eerste muziekstudies. In 1759 vertrok hij naar Rome, waar hij leerling was van Casali, kapelmeester van de St.-Jan-van-Lateranen. In 1766 ging hij naar Parijs, waar zijn eigenlijke muzikale loopbaan begon, die hij bijna uitsluitend aan de opéra-comique wijdde; na de mislukking van Les mariages Samnites behaalde hij een reeks van successen met Lucile (1770), Zémire et Azor (1771), La rosière de Salency (1774), Céphale et Procris (1778), L’amant jaloux (1779), Colinette à la cour (1782) en Richard-Cœur-de-Lion (1784). Ofschoon hij de Italiaanse invloed sterk had ondergaan, vond hij in het Franse toneel het geheim van de juiste voordracht. Hij schikte zich terzelfder tijd naar de eisen van het Franse rationalisme en de regels van de Italiaanse muziek, door het bekoorlijke van haar melodie te behouden. Na 1784 schreef hij alleen nog romances. Zijn essays over de muziek hebben blijvende waarde. Zijn geboortehuis te Luik is als Musée Grétry ingericht.
UITG: Œuvres complètes (1883–1937; 40 van de ca. 50 opera's). – Geschriften: Les réflexions d’un solitaire (4 dln., 1919); Mémoires ou essais sur la musique (3 dln., 1924–1925); G. de Froidecourt, La correspondance générale de Grétry (1962).