| Zoekweergave | gitaar | Terug |
gitaar (van Grieks kithara, een type lier; Ital.: chitarra; Frans: guitare; Duits: Gitarre; Eng.: guitar), tokkelinstrument met 8-vormige houten klankkast en een vlak onder- en bovenblad. Het bovenblad heeft een rond klankgat of F-sleutelgaten waarover de snaren lopen, die met een kam bevestigd en gespannen zijn over de toets (hals). Hierop zijn dwarsstaafjes (fretten) aangebracht om de plaatsing van de vingers aan te geven zodat men de snaar op de goede plek indrukt om een zuivere toon te produceren. De zes snaren (tot 1750 vijf, soms zes, dubbele snaren) zijn gestemd in E A d g b e1. De notatie is een octaaf hoger. In populaire muziek wordt de vingerzetting met name voor akkoorden aangegeven met ronde stippen in kleine diagrammen waarbij de verticale lijnen de snaren voorstellen en de horizontale de fretten.
De gitaar is vermoedelijk ontstaan uit de West-Europese gitaarvedel, die van de 12de tot in de 15de eeuw werd gebruikt. In Spanje ontwikkelde de gitaar zich in de 16de eeuw tot een populair volksinstrument. In Italië ontwikkelde zich in dezelfde eeuw de chitarra battente, die zich van de gitaar vooral onderscheidt door de diepere klankkast met gewelfd onderblad; het instrument had vijf dubbele snaren, werd bespeeld met een plectrum en was tot in de 18de eeuw een populair volksinstrument. In de 17de eeuw werd de gitaar voor het eerst in de kunstmuziek toegepast, nadat zij in de Franse hofkringen populair was geworden. Sedert het impressionisme veroverde zij zich definitief een plaats in de kunstmuziek. Sinds de 20ste eeuw wordt het instrument ook in de jazz gebruikt. In de popmuziek speelt het een uiterst belangrijke rol.
Pionier op het gebied van de moderne gitaartechniek was de Spanjaard Francesco Tarrega (1852–1909). Beroemde moderne gitaristen zijn Andres Segovia en John Williams. De gitaar is in Nederland en België op de conservatoria een erkend vakinstrument.
De elektrische gitaar werd in de jaren dertig in de Verenigde Staten ontwikkeld. Het principiële verschil met de traditionele gitaar is dat de taak van de klankbodem is overgenomen door een aantal elektromagneetjes, die bij de kam onder de snaren zijn gemonteerd. De trillingen worden via een versterker naar een luidspreker gevoerd. De snaren worden met een plectrum getokkeld of aangeslagen; door middel van een aan de versterker gekoppeld pedaal kan men de toon na het aanspreken van de snaren laten aanzwellen. De stemming is gelijk aan die van de traditionele gitaar.