Zoekweergave Galilei, Galileo

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Galilei, Galileo
Introductie

Galilei, Galileo (Pisa 15 febr. 1564 – Arcetri 8 jan. 1642), Italiaans natuur- en sterrenkundige. Hij werd vooral bekend door zijn conflict met de Rooms-Katholieke Kerk vanwege zijn sympathieën voor het wereldbeeld van Copernicus.

1. Begin carrière

Galilei kreeg zijn eerste onderwijs in het klooster Vallombrosa (Italië). Hij ging in 1581 aan de universiteit van Pisa medicijnen studeren, maar stapte later over op wis- en natuurkunde. Van 1589 tot 1592 was hij hoogleraar in de wiskunde aan deze universiteit. Daarna werd hij hoogleraar in wiskundige vestingbouwkunde en astronomie in Padua. Daar werkte hij tot 1610, toen hij hofwiskundige werd van de groothertog van Toscane in Florence.

2. Heliocentrisch wereldbeeld

Met behulp van een kijker (zie ook telescoop) ontdekte hij de vier manen van Jupiter (de zogenaamde galileaanse satellieten) en de schijngestalten van Venus. Hoewel hij al vroeg overtuigd was van het wereldbeeld van Copernicus (het heliocentrische wereldbeeld), sprak Galilei zich voor het eerst in 1610 daarover uit in zijn boek Sidereus Nuncius, waarin hij bovengenoemde ontdekkingen beschreef. Dit gaf aanleiding tot de veroordeling van de heliocentrische theorie door de inquisitie in 1616 en Copernicus’ De revolutionibus orbium coelestium werd op de lijst van verboden boeken (Index) geplaatst.

Ondanks het verbod publiceerde Galilei in 1632 zijn Dialogo, waarin hij zijn nieuwe leer in gespreksvorm verdedigde. Het resultaat was een proces, waardoor Galilei in 1633 de leer moest afzweren. Hij werd in zijn bewegingsvrijheid beperkt en mocht Arcetri, bij Florence, waar hij ging wonen, niet verlaten.

3. Andere bijdragen aan de wetenschap

In 1638 schreef Galilei zijn hoofdwerk Discorsi. Hierin beschrijft hij op een nieuwe manier de grondslagen van de mechanica, onder andere val en worp. Belangrijke ontdekkingen van Galilei zijn verder het feit dat de slingertijd van een slinger onafhankelijk van de amplitude is (de slingertijd is niet afhankelijk van de grootte van de schommeling), de ontdekking van de structuur van het maanoppervlak en de zonnevlekken. Verder deed hij ontdekkingen op het gebied van de aërodynamica en ontwierp hij een primitieve thermometer.

Galilei was een empiricus die de wiskunde consequent toepaste op experimenteel te toetsen hypothesen. Hij toetste zijn stellingen met wiskundige berekeningen. Hij heeft veel invloed gehad op de ontwikkeling van de natuurwetenschappen, voornamelijk in de 19de eeuw.

4. Het conflict met de kerk
4.1 Copernicus’ heliocentrische leer wordt verboden

Al vroeg was Galilei voorstander van het wereldstelsel van Copernicus. Hij raakte daar nog meer van overtuigd door zijn ontdekking van vier manen van Jupiter en van de fasen van Venus. Deze ontdekkingen bezorgden hem internationale roem. Zijn sympathieën voor het stelsel van Copernicus brachten hem echter in conflict met de Florentijnse geestelijkheid, die vond dat Copernicus’ leer in strijd was met de bijbel. Galilei verdedigde zich, maar kwam daardoor ook op het terrein van het interpreteren van de bijbel. Hij verdedigde stellingen die in strijd waren met de gevestigde opvattingen. Dit werd ten slotte aanleiding voor het Heilige Officie om de leer van Copernicus te onderzoeken, hoewel Copernicus’ boek al ongeveer driekwart eeuw eerder was verschenen en nog nooit veroordeeld. Het Heilige Officie veroordeelde in 1616 de heliocentrische leer en Copernicus’ werk werd op de lijst van de verboden boeken geplaatst. Galilei zelf kreeg het verbod opgelegd Copernicus’ leer aan te hangen en te verdedigen. Hierbij moet aangetekend worden dat kardinaal Bellarminus, die namens het Heilige Officie deze beslissing aan Galilei meedeelde, stelde dat de leer van Copernicus wel als wiskundige hypothese ter verklaring van de verschijnselen gebruikt mocht worden, maar niet als ware uitleg van de fysieke werkelijkheid.

4.2 Galilei wordt veroordeeld

In 1624 deed Galilei bij paus Urbanus VIII een poging de uitspraken van 1616 te laten herroepen, maar dit bleef zonder succes. Hij probeerde daarna het verbod formeel te ontduiken door het copernicaanse stelsel in dialoogvorm tegenover het stelsel van Claudius Ptolemaeus te bespreken. Deze Dialogo verscheen in 1632. Het Heilige Officie zag dit toch als een rechtstreekse overtreding en nam Galilei een aantal verhoren af. Op 22 juni 1633 werd Galilei veroordeeld en moest hij openlijk zijn ‘dwaling’ afzweren. Dat deed hij de volgende dag. Bovendien werd hem een gedwongen verblijfplaats aangewezen.

4.3 Gevolgen van het Galileiproces

Het beruchte Galileiproces heeft eeuwenlang de verhouding tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de natuurwetenschap vertroebeld en was de aanleiding voor veel publicaties van beide kanten, meestal niet zonder emotionaliteit geschreven.

Het moderne onderzoek heeft diverse zaken over dit proces opgehelderd, hoewel de documenten van het proces niet allemaal met elkaar in overeenstemming zijn. Zo bleken enkele beweringen legenden te zijn, bijvoorbeeld dat Galilei gemarteld zou zijn, dat hij na zijn veroordeling gezegd zou hebben ‘E pur si muove’ (Italiaans, ‘En toch beweegt zij [de aarde] zich’) en dat hem strenge kerkerstraffen zouden zijn opgelegd. Ook in katholieke kringen is men er nu van overtuigd dat de kerkelijke autoriteiten uitermate betreurenswaardige beslissingen hebben genomen. In 1992 verklaarde paus Johannes Paulus II dat Galilei onterecht was vervolgd om zijn denkbeelden en maakte alsnog officieel excuus.

WERK: Dialogo sopra i due massimi sistemi del mondo, tolomaico e copernicano (1632); Discorsi e dimonstrazioni matematiche intorno a due nuove scienze attenenti alla mecanica e i movimenti locali (1638); Opere (Ediz. Nazionale, 20 dln., 1890–1909; 21925–1935).