Zoekweergave fagot

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

fagot
Introductie

fagot (v. Ital. fagotto = bundel) (Fr.: basson; Du.: Fagott; Eng.: bassoon), houten blaasinstrument bestaande uit vijf delen met dubbel riet en conische boring. Karakteristiek is dat de boring uit twee parallelle delen bestaat, die onderaan met elkaar zijn verbonden door middel van een U-vormig metalen buisje, ter bescherming afgedekt met een metalen huls. Doordat de vingergaten ver uiteen liggen, is het gebruik van kleppen noodzakelijk. Zo is ook de vorm van de vleugel ontstaan: de extra dikke wand maakte het mogelijk de vingergaten schuin te boren, waardoor toch de vereiste plaatsen konden worden bereikt. De omvang is ca. 3y octaaf. De fagot is muzikaal een wendbaar instrument, waarmee zowel begeleidingen in basligging als solo's in de tenorligging worden uitgevoerd. Aan een symfonieorkest werken sinds de 18de eeuw altijd twee fagotten mee. Concerten voor fagot schreven o.a. Vivaldi, Mozart en C.M. von Weber. De fagot is door zijn ten gevolge van de conische bouw enigszins ‘weke’ klank geschikt voor lyrische passages (bijv. de berceuse in L’oiseau de feu van Strawinsky), terwijl het speciaal timbre ook wel komische effecten kan hebben (bijv. in L’apprenti sorcier van Dukas).

1. Geschiedenis

Over het ontstaan van de fagot (misschien al in de Romeinse oudheid) is veel gespeculeerd. Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw tot diep in de 17de eeuw bestond er een principieel aan de fagot gelijk instrument, de dulciaan. Afgezien van de losse ‘S’ bestond de dulciaan uit één stuk en had twee kleppen. Rond het midden van de 17de eeuw ontstond in Frankrijk in de omgeving van, en waarschijnlijk door toedoen van, de familie Hotteterre de meerdelige fagot. De huidige Franse fagot is hiervan, met kleine verbeteringen en een uitgebreid mechaniek, een directe afstammeling. In de loop van de 19de eeuw heeft de Duitse firma Heckel op basis van de experimenten van Carl Almenräder (1825) de moderne Duitse fagot ontwikkeld. Dit type wordt tegenwoordig (mede wegens de eenvoudige bespeelbaarheid) bijna algemeen gebruikt. De contrafagot, die een octaaf lager gestemd is dan de fagot, is bij de Weense klassieken (bijv. Mozart, Maurerische Trauermusik) in gebruik gekomen en wordt sindsdien regelmatig in het symfonieorkest gebruikt. Door de relatief zachte toon is de contrafagot niet altijd duidelijk te horen.