Zoekweergave Elgar, Edward William

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Elgar, Edward William

Elgar, Edward William (Sir sinds 1904) (Broadheath, bij Worcester, 2 juni 1857 – Worcester 23 febr. 1934), Brits componist en dirigent, was de grote voorman in het reveil van de Engelse toonkunst ca. 1900. Hij kreeg les van zijn vader, die organist, violist en muziekhandelaar was en volgde enige vioollessen bij Pollitzer in Londen (1877), maar was hoofdzakelijk autodidact. Van 1885 tot 1889 was hij als opvolger van zijn vader organist van St. George te Worcester. Van 1904 tot 1908 bekleedde hij een voor hem in het leven geroepen professoraat te Birmingham. Hij kreeg van bijna alle Engelse universiteiten een eredoctoraat. Elgars muziek is wel vergeleken met die van Brahms: beiden zijn bij uitstek laat-romantische componisten en beiden hebben een voorliefde voor het grootse. Kenmerkend voor Elgars stijl zijn de open, directe, rubato-achtige melodieën en de nerveus wisselende harmonieën (invloed van Wagner). Karakteristiek is ook de vrije romantische polyfonie, waarin thema's die ogenschijnlijk niet aan elkaar zijn gerelateerd, op een poëtische wijze met elkaar worden verbonden. Daarnaast maakt Elgar gebruik van het typisch Engelse idioom (gesyncopeerde ritmiek, zie syncope; melodiek met grote intervallen en een grillige curve). Typisch Engels is ook zijn voorliefde voor het koor. In 1975 vond de Nederlandse musicologiestudent Van Houten een oplossing voor het raadsel van de Enigma variations (1899), volgens de Elgar Society de meest bevredigende oplossing tot dan toe.

WERK: Instrumentaal: orkest: 3 symfonieën (1908, 1911, 1931 onv.), ouvertures (o.a. In the South, 1903), 2 suites, 2 chansons (klein ork.), 2 romances, Sevillana (1884, strijkork.), Serenade (1892, strijkork.), Sursum corda (1894), Imperial March (1897), Variations on an original theme (Enigma variations; 1899), 5 Pomp and circumstance marches (1901–1930, het trio van de 1ste kreeg later als tekst Land of hope and glory), Introduction and allegro for stringquartet and orchestra (1905), Elegy (1909, strijkork.), vioolconc. (1910), symf. studie Falstaff (1913), celloconc. (1919), toneel- en kamermuz. (o.a. wrk. voor viool en piano), orgelwrk. – Vocaal: oratoria: cantate The Black Knight (1893); oratorium The light of life (1896); The Deum en Benedictus (1897); oratoirum The dream of Gerontius (1900); Coronation ode (1902); The apostles (1903); The kingdom (1906); psalmen; koorwrk.; partsongs; songs.

UITG: Letters and other writings, d. P.M. Young (1956); Letters to Nimrod, Edward Elgar to August Jaeger 1897–1908, uitg. d. Idem (1965); A future for Engl. music and other lectures, d. Idem (1968); Elgar and his publishers: letters of a creative life, d. J.N. Moore (1987).