| elektronische muziek | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 2. Musique concrète |
Geheel andere achtergronden hebben een rol gespeeld bij het ontstaan van de musique concrète of concrete muziek in Frankrijk. Bij de radio-omroep in Parijs werd al in de jaren veertig grote aandacht besteed aan de klanken in het hoorspel of de radiodocumentaire, naast de spraak of het commentaar. Niet alleen muzikale, maar ook literaire drijfveren hebben Pierre Schaeffer geleid tot een kunstvorm die als uniek medium de radio of de grammofoonplaat behoeft en onder de naam radiofonie algemene bekendheid heeft gekregen. Schaeffer baseerde zich theoretisch op de linguïstische theorieën van Ferdinand de Saussure. De vroege musique concrète, zoals die voor het eerst in 1948 werd gecomponeerd, onderscheidt zich van de eerste elektronische muziek uit Keulen in 1951 niet alleen in muziektheoretisch opzicht, maar ook productietechnisch. De basisklanken in de musique concrète worden opgenomen met de microfoon. De klanktransformatie en montage die daarna volgt, is vergelijkbaar met de productietechniek van de elektronische muziek.
Het geluid dat de musique concrète tot uitgangspunt dient, omvat alle soorten ‘mechanisch’ voortgebrachte klanken, zoals opnamen van instrumenten (Pierre Schaeffer, Étude pour piano, 1948), van de menselijke stem (Schaeffer en Pierre Henry, Symphonie pour un homme seul, 1950; Henry, Vocalise, 1951), van geluiden uit de technische wereld (Schaeffer, Étude aux chemins de fer, 1948), alsook opnamen van alle denkbare klanken uit de natuur (Milhaud, La rivière endormie, 1954).