| elektrofoon | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| Introductie |
elektrofoon, muziekinstrument waarbij elektriciteit een onmisbaar element bij het produceren van de klank is. Voor alle elektrofonen geldt dat de opgewekte trillingen elektronisch versterkt en door een luidspreker hoorbaar gemaakt worden. Naar de verschillende manieren waarop de trillingen verwekt worden, onderscheidt men elektrische (elektromechanische) en elektronische muziekinstrumenten. Bij de eerstgenoemde is de trillingsbron van mechanische aard: een trillende snaar (bijv. elektrische gitaar, Neo-Bechsteinvleugel) of tong (enige soorten elektronisch orgel). Bij de elektronische worden de trillingen langs zuiver elektronische weg opgewekt (ondes Martenot, Trautonium). Uit het gebruik van de naam elektronisch orgel ook voor instrumenten met mechanische toongeneratie blijkt al dat de terminologie niet helemaal sluitend is.
| 1. Elektro-mechanische muziekinstrumenten |
Elektro-mechanische muziekinstrumenten maken gebruik van een toonafnemer die de mechanische trillingen omzet in elektrische, die vervolgens na elektronische bewerkingen (bijv. versterking) door luidsprekers hoorbaar worden gemaakt. Voor enige pianofabrikanten als Bechstein en Förster werden de elektrische mogelijkheden voornamelijk beschouwd als uitbreiding van de pianoklank (Förster-Elektrochord, Neo-Bechsteinflügel 1931). Minder bekende, vergelijkbare instrumenten zijn op de markt gebracht onder namen als Elektroflügel, Elektro-akustische Klavier, Variachord, Electone, Minipiano, Dynatone. De Duitser Oskar Vierling, die het Förster-Elektrochord had gebouwd, ontwierp op basis van hetzelfde principe een elektrische viool en een elektrische cello.
In plaats van een metalen snaar in een magnetisch veld in trilling te brengen, heeft de Amerikaan Thaddeus Cahill in 1897 al proeven gedaan met een roterende metalen schijf. De resulterende inductiespanning heeft als frequentie de rotatiesnelheid van de schijf, ook wel toonwiel genoemd. De golfvorm van de spanning wordt bepaald door de rand van het toonwiel. Cahill bouwde op dit principe zijn Telharmonium of Dynamophone, dat een voorloper was van het Hammond-orgel met twee manualen en pedaal. De Amerikaanse instrumentenbouwer Laurens Hammond (1895–1973) bouwde het Hammond-orgel (zie hammondinstrument) met 91 toonwielen, waardoor een grote verscheidenheid in klankkleuren ter beschikking staat. Tremolo (= amplitudemodulatie) en vibrato (= frequentiemodulatie) behoren tevens tot de mogelijkheden. In latere uitvoeringen werd met het pedaal een elektronische toongenerator in werking gesteld, waarbij onderdelen als frequentiedelers, ruisgenerator, amplitude- en frequentiemodulatoren werden toegepast, zoals ook in de verschillende volledig elektronische orgels. Ter afsluiting van de categorie elektro-mechanische muziekinstrumenten moeten nog worden genoemd de Condensator sirene en het Wurlitzer orgel, waarin gebruik werd gemaakt van elektrostatische toonafnemers.