| Zoekweergave | drieklank | Terug |
drieklank, in de muziek de naam voor een akkoord bestaande uit drie tonen, in het bijzonder ontstaan door het opstapelen van twee tertsen, bijv. C-E-G. In deze vorm spreekt men van grondligging. Door de onderste toon een octaaf omhoog te brengen, verkrijgt men de eerste omkering (sextakkoord) E-G-C; door een herhaling van deze bewerking de tweede omkering (kwartsextakkoord) G-C-E. De drieklanken worden onderscheiden in consonante (de grote en de kleine) en dissonante (de verminderde, overmatige, hard verminderde en dubbel verminderde) drieklanken. Hoofddrieklanken noemt men de drieklanken op de eerste (tonicadrieklank), vierde (subdominantdrieklank) of vijfde (dominantdrieklank) trap van de grote- of kleine-tertstoonsoort. In de muziek van de 20ste eeuw komen ook drieklanken voor die niet uit tertsen zijn opgebouwd, maar bijv. uit kwarten, kwinten, septimen, enz.; ook willekeurige opeenstapelingen van drie tonen worden drieklanken genoemd.