communisme
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
communisme
5. Het stalinisme

Met de vestiging van een machtsapparaat dat tot alle geledingen van de samenleving doordrong, versterkte Stalin het totalitaire karakter van het marxisme-leninisme (stalinisme). Vóór de Tweede Wereldoorlog had hij het sovjet-patriottisme geproclameerd. Het communistische regime slaagde erin de Sovjet-Unie in snel tempo en ten koste van enorme offers te ontwikkelen tot een industriële en militaire mogendheid. Een andere drijfkracht was de voorgeschreven ‘kritiek en zelfkritiek’. In de praktijk was dat een vernederende plicht tot periodieke zelfbeschuldiging, waarvan slechts Stalins gunstelingen waren vrijgesteld. Een novum was de opvatting – later met nadruk in de Volksrepubliek China gehuldigd – dat naarmate de ‘socialistische opbouw’ vorderde, de ‘waakzaamheid’ ten aanzien van onbetrouwbare elementen vergroot en het machtsapparaat dienovereenkomstig versterkt moest worden.

Marx en Engels (en zeker tot 1918 ook Lenin) hadden altijd de mening verkondigd dat het communisme zich zou kenmerken door het ‘afsterven van de staat’, de inkrimping en ten slotte verdwijning van de regeringsmachinerie als heerschappij van de ene klasse over de andere. Stalin proclameerde in het land, waar volgens hem de tegenstellingen tussen de klassen hun antagonistisch karakter hadden verloren, de verscherpte klassenstrijd. Als motief kon hij behalve het bestaan van ‘resten’ van de ‘bourgeoisie’, de ‘kapitalistische omsingeling’ van de Sovjet-Unie aanvoeren. In mei 1945 prees Stalin het Groot-Russische volk als het ‘heldhaftigste’ van alle naties die de Sovjet-Unie vormen. De strijd tegen het ‘kosmopolitisme’ werd vooral door Andrej Zjdanov in de jaren 1946–1948 gevoerd. De ‘partijdigheid’ van filosofie, wetenschap en kunst werd tot dogma verheven.