communisme
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
communisme
Introductie

communisme (van het Latijnse woord communis = gemeenschappelijk), maatschappelijk stelsel waarin de productiemiddelen gemeenschappelijk eigendom zijn van de staatsburgers. Bij de verdeling van de voortgebrachte goederen en diensten wordt het beginsel gevolgd dat elk lid van de gemeenschap erover kan beschikken naar behoefte. In politieke zin is communisme ook de beweging die streeft naar een maatschappelijke orde waarin die toestand zal zijn bereikt. In de praktijk is het woord communisme gebruikt voor een aantal politieke stromingen en partijen in de 19de en 20ste eeuw.

Plato ontwierp in zijn Staat een ideale orde op communistische grondslag, maar met scherp gescheiden standen. De eerste christenen stelden zich een gemeenschap der apostelen ten voorbeeld, die ‘alles gemeenschappelijk’ hadden: ‘Aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte’ (Handelingen 4:32, 35). Sinds de renaissance zijn tal van ‘utopieën’ geconstrueerd, waarvoor die van Plato meestal model stond (Thomas More en Tommaso Campanella zijn de bekendste auteurs). Aansluitend bij de gevoels- en gedachtewereld van de eerste christenen zijn in de loop der geschiedenis verschillende bewegingen ontstaan die een gemeenschap van gelovigen naar communistische beginselen wilden inrichten, zoals de meeste kloosterorden, de ‘ketterse’ waldenzen in de middeleeuwen of de wederdopers in de 16de eeuw.

Zowel de ‘utopisch’ sociaal-filosofische als de radicale interpretatie van de christelijke leer heeft direct of indirect het denken van negentiende-eeuwse socialistische of communistische theoretici bevrucht (een waterdichte scheiding tussen communisme en socialisme is dan nog niet te maken). Leverden die stromingen het materiaal voor een communistische ideaalvoorstelling, het marxisme en daarmede ook het 20ste-eeuwse communisme hebben essentiële denkpremissen overgenomen van een aantal Franse maatschappijfilosofen uit de 18de eeuw, Jean-Jacques Rousseau in het bijzonder. Maximilien de Robespierre en Saint-Just achtten zich als dragers en uitvoerders van de ‘algemene wil’ gerechtigd tot de Terreur, tot de ‘despotie der vrijheid’, zoals Marat het uitdrukte, die gemystificeerd werd tot de hoogste vorm van democratie.

1. Het vroege communisme

Het communisme als politieke beweging begint met het babouvisme, de leer van Babeuf, waarin het ideaal van een gemeenschap van gelijken zich tot een integraal communisme concretiseerde. Vooral Babeufs medestander Filippo Michele Buonarroti verbreidde de ideeën van een radicaal communisme, die in de jaren dertig van de 19de eeuw wortel schoten.

De bloeitijd van het vroege communisme is het decennium vóór de revolutie van 1848 (zie revolutiejaar 1848). Het is de tijd waarin de term communisme voor het eerst ingang vond en waarin bepaalde communistische richtingen in Frankrijk zich uitdrukkelijk op het proletariaat gingen beroepen. De opkomende arbeidersklasse (de eerste grote stakingsbeweging in Frankrijk, die van de Lyonse zijdewevers, dateert van 1831) vond in Étienne Cabet een van haar ijverigste pleitbezorgers. Hoewel tegenstander van een gewelddadige revolutie, kwam hij niettemin tot de overtuiging dat op samenwerking van de arbeiders met de meer bevoorrechte klassen niet te rekenen viel. Cabet predikte het ideaal van een straf georganiseerde maatschappij, waarin de vrijheid slechts bestaat in de mogelijkheid ‘datgene te doen wat de wet niet verbiedt en datgene na te laten waartoe de wet niet verplicht’.

De Franse communisten vonden onder de Duitse emigranten in Parijs (handwerkers en intellectuelen) veel aanhang, onder wie de belangrijkste theoreticus Karl Marx. In 1843 naar Parijs gekomen, bekeerde hij zich in enkele maanden tot het communisme.