| Zoekweergave | Chabrier, Emmanuel | Terug |
Chabrier, Emmanuel, voluit: Alexis Emmanuel (Ambert, Puy de Dôme, 18 jan. 1841 – Parijs 13 sept. 1894), Frans componist en pianist, studeerde rechten, maar wijdde zich sinds 1880 geheel aan de muziek. Hij kreeg pianolessen van E. Wolff en studeerde compositie bij Aristide Hognard. In 1881 werd hij koordirigent bij de Nouveaux Concerts. Hij onderhield contacten met belangrijke schilders (Manet) en dichters (Verlaine) en koesterde veel bewondering voor Wagner. In zijn opera Gwendoline (1886) probeerde hij door complexe akkoorden en Leitmotiven een wagneriaanse dramatiek te bewerkstelligen. Kenmerkend voor zijn stijl is echter een typisch Franse lyriek en talent voor het komische waarmee hij veel invloed heeft gehad, o.a. op Satie. Met zijn komische opera Le roi malgré lui (1887), die repertoire heeft gehouden, werd hij ook in het buitenland bekend. De Andalusische folklore was de inspiratiebron voor het veel gespeelde España (1883) voor orkest. Zijn stijl komt het meest treffend tot uitdrukking in zijn pianomuziek, die van invloed is geweest op Ravel en die een orkestrale verscheidenheid aan klankkleuren bevat. De experimentele harmoniek wordt bepaald door scherpe contrasten.
WERK: (behalve de genoemde): Orkest: Habanera (1885); Joyeuse marche (1890); Suite pastorale (1897); van al deze werken bestaan ook pianoversies. – Piano: 10 pièces pittoresques (1881); 3 valses romantiques (1883, voor 2 piano's); Bourrée fantasque (1891); 5 pièces posthumes (1897). – Opera: L’étoile (1877); Briséis (1894; onvoltooid, postuum); Une éducation manquée (1879; operette). – Voorts: Ode à la musique (1890; vrouwenkoor en solosopraan); La Sulamite (1884; mezzosopraan, vrouwenkoor en orkest); liederen.