Brahms, Johannes
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Brahms, Johannes
2. Werk

Ondanks het feit dat Brahms de laatste 25 jaar van zijn leven in Wenen verbleef en een groot bewonderaar van Joh. Strauss (Sohn) was, heeft de Oostenrijkse muziek weinig invloed gehad op zijn werk (wel gebruikte hij de walsvorm), dat typisch Noord-Duits is: groots van visie, krachtig, ernstig, in zijn latere composities bezonken. Over vele werken ligt een waas van melancholie, vooral in adagio – en andante –delen, die een geheel eigen, intieme en verdroomde sfeer hebben. Hij maakte gebruik van de melodische en harmonische middelen van de romantiek (zie ook harmonie), maar oriënteerde zich tevens op de 16de-eeuwse Nederlandse polyfonie (zie Nederlandse Scholen), de koormuziek uit de vroege barok, en voorts op Bach en Beethoven. De meest essentiële karakteristiek van zijn stijl is het diepgaande thematisch-motivische transformatieproces dat, verweven in een contrapuntische textuur (zie contrapunt), leidt tot een extreme differentiatie, Deze werkwijze, die traditioneel alleen in kamermuziek werd toegepast, gebruikte Brahms in alle genres.

Karakteristiek voor zijn stijl zijn verder de ritmiek, gekenmerkt door het veelvuldig voorkomen van syncopen, door polyritmiek en triolen, voorts de melodiek, waarin opvallend vaak gebruik wordt gemaakt van de vallende terts en van de toonopvolging tonica, terts, octaaf of tonica, sext, octaaf. Brahms was een geïsoleerde figuur, tegenstander van Franz Liszt, antipode van Anton Bruckner.

Hij liet geen school na. Bij de componisten die zijn invloed ondergingen (Reger, Elgar, Dvořák), berust dit vnl. op geestverwantschap.

WERK: Orkestwerken: 4 symfonieën, 2 serenades, 2 ouvertures, Haydn-variaties, 2 pianoconcerten, vioolconcert, concert voor viool en violoncel. – Kamermuziek: o.a. 3 vioolsonates, 2 cellosonates, 4 pianotrio's, 3 pianokwartetten, pianokwintet, 2 strijkkwartetten, strijkkwintet, 2 strijksextetten, 2 klarinetsonates, klarinettrio en klarinetkwintet. – Pianomuziek: o.a. 3 sonates, scherzo, 4 ballades, 2 rapsodieën, intermezzi, fantasieën, variatiewerken, études; piano vierhandig: Haydn-variaties (dezelfde als die voor orkest), walsen, Hongaarse dansen. – Orgelmuziek: o.a. praeludia en fuga's, 11 koraalvoorspelen. – Vocaal: Ein deutsches Requiem (ca. 1865–1868; voor koor, soli en orkest), Triumphlied, Gesang der Parzen, Rinaldo, Schicksalslied, Nänie (voor koor en orkest), Alt-rhapsodie (voor alt, mannenkoor en orkest, naar tekst van Goethe); liederen: o.a. Magelone-cyclus, Liebesliederwalzer, Zigeunerlieder (kwartet en piano) en duetten (m. piano).

UITG: Briefwechsel, d. Deutsche Brahms-Gesellschaft (16 dln., 1922); B. Litzmann, Clara Schumann. Johannes Brahms: Briefe aus den Jahren 1853–1896 (1927; Eng. vert. 21971); J. Brahms an Julius Spengel, 1882–1897. Unveröffentliche Briefe (1959).