| Boerenoorlogen | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 2. De Tweede Boerenoorlog (1899–1902) |
Deze brak op 11 okt. 1899 uit als gevolg van een langdurige diplomatieke twist die Groot-Brittannië na de mislukte Jameson-raid (1896) begonnen was met de Zuid-Afrikaanse (d.i. Transvaalse) Republiek. Het plaatsen van steeds meer Britse troepen aan de grenzen van de republiek tijdens de onderhandelingen overtuigde de Boeren ervan dat Groot-Brittannië vastbesloten was Transvaal, waar in 1885–1886 de rijkste goudvelden ter wereld ontdekt waren, te veroveren. Transvaal zond op 9 okt. 1899 een ultimatum waarin terugtrekking van de troepen geëist werd. Groot-Brittannië weigerde, waardoor de twee republieken (de Transvaalse Republiek en de republiek Oranje Vrystaat), die door een traktaat verplicht waren elkaar bij te staan in het geval van agressie tegen een van beide, zich gedwongen zagen tot oorlog over te gaan. De Boeren vielen de Kaapkolonie en Natal binnen en belegerden Ladysmith, Kimberley en Mafeking. Vanuit die linie stuitten zij het eerste Britse offensief.
Het tweede Britse offensief, dat onder Lord Roberts als opperbevelhebber vanuit Kaapland door de westelijke Vrystaat geleid werd, had succes en leidde tot de verovering van verscheidene plaatsen, waaronder de hoofdsteden van de republieken. Na de verovering van Bloemfontein, de hoofdstad van Oranje Vrystaat, annexeerde Roberts de Vrystaat en dreigde alle Boeren die de wapenen niet neerlegden, als rebellen te behandelen. Hetzelfde deed hij na de verovering van Pretoria (1 juni 1900) ten aanzien van Transvaal. In nov. 1900 droeg hij het opperbevel over aan Lord Kitchener. De vrouwen en kinderen van de burgers werden ingesloten in concentratiekampen, waar zij in zo slechte omstandigheden leefden dat ruim 26 000 van hen – meest zuigelingen en kleuters – stierven binnen ongeveer twintig maanden sedert de inrichting van de kampen. Door deze ‘verschroeide aarde’-tactiek slaagden de Britten erin veel Boeren over te halen de wapens neer te leggen als ‘neutralen’. De strijd werd voortgezet door minder dan 20 000 ‘bittereinders’. In kleine, uiterst mobiele commandootjes verdeeld, maakten zij het voor de ca. 250 000 Britse soldaten echter zeer moeilijk om het land te veroveren. In deze ‘guerrillakrijg’ – zoals de Britten deze oorlog noemden – behaalden zij zoveel succes, dat de Britten het gehele land in grote, met draden afgebakende gebieden, moesten verdelen, die door op korte afstand van elkaar gelegen blokhuizen versterkt waren, teneinde te proberen de activiteiten van de Boeren aan banden te leggen. Vanaf het laatste kwartaal van 1901 slaagden de Boeren er zelfs in om weer in Kaapland offensief op te treden en de Boeren daar tot opstand te bewegen. Ondanks die successen waren de Boeren genoodzaakt op 31 mei 1902 de oorlog te beëindigen met de sluiting van de Vrede van Vereeniging.