Berlioz, Hector
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Berlioz, Hector
2. Werk

Berlioz' stijl behoort tot de meest originele van de 19de eeuw. Zijn lange, contrapuntisch verweven melodieën hebben onregelmatige fraselengtes en bevatten veel chromatiek. Superieur is zijn uiterst fantasievolle orkestratie. Berlioz had grote belangstelling voor nieuwe instrumenten als de saxofoon en de basklarinet. Ook experimenteerde hij met de ruimtelijke opstelling van groepen instrumenten. Muziek was voor hem onverbrekelijk verbonden met literatuur. Hij brak met de traditionele vormen en hanteerde een vrije vorm die veelal werd bepaald door programmatische ideeën.

WERK: (behalve de genoemde): Instrumentaal: ouvertures: Waverley (1828), Les Francs-juges (1826), Le roi Lear (1831), Rob Roy (1831), Le carnaval romain (1844) en Le Corsaire (1844); voorts: Rêverie et caprice (1841, viool en ork.). – Vocaal: Huit scènes de Faust (1829); Grande symphonie (1829); Lélio. Monodrame lyrique (1831); Symphonie funèbre et triomphale (1840); Te Deum (1849); Béatrice et Bénédict (komische opera, 1860–1862); cantates; liederen. – Geschriften: Voyage musical en Allemagne et en Italie (1847); Les soirées de l’orchestre (1852; nw. uitg. 1968; Eng. vert. 1956, 21973); Les grotesques de la musique (1859; nw. uitg. 1969); A travers chants (1862; nw. uitg. 1971); Mémoires (1870; Ned. vert.: H. Berlioz. Mijn leven, 2 dln., 1987).

UITG: H. Berlioz, A selection from his letters, d. H. Searle (1966). – Correspondance générale, d. P. Citron (2 dln., 1972, 1975).