| Zoekweergave | Berg, Alban | Terug |
Berg, Alban (Wenen 9 febr. 1885 – aldaar 24 dec. 1935), Oostenrijks componist, studeerde van 1904 tot 1910 compositie bij Arnold Schönberg, met wie hij nauw bevriend raakte, evenals met zijn medeleerling Webern. Tijdens zijn studie schreef hij Sieben frühe Lieder (1905–1908) en in 1910 werden zijn eerste werken uitgegeven. In hetzelfde jaar huwde hij de zangeres Helene Nahovski. De in 1912 op prentbriefkaartteksten van zijn vriend Altenberg gecomponeerde liederen verwekten bij hun eerste Weense uitvoering in 1913 groot schandaal. Een uitvoering van het sociaal drama Woyzeck in 1914, van Georg Büchner, inspireerde hem tot zijn pas in 1921 voltooide opera Wozzeck, die bij zijn première in de Berlijnse Staatsopera op 14 dec. 1925 onder leiding van Erich Kleiber een enorm tumult ontketende, maar later een wereldsucces werd. Van 1915 tot 1918 vervulde Berg een administratieve functie in de militaire dienst wegens zijn reeds op jeugdige leeftijd opgetreden astma. In 1919 begonnen zijn werkzaamheden als compositieleraar; tevens was hij medewerker van Schönbergs ‘Verein für musikalische Privataufführungen’ te Wenen. In 1928 begon hij aan zijn tweede opera, Lulu (een eigen bewerking van twee tragedies van Frank Wedekind), waaraan hij – slechts onderbroken door het componeren van de concertaria Der Wein (naar Charles Baudelaire, 1929) en het vioolconcert (1935) – tot zijn dood werkte.
Berg behoort met Schönberg en Webern tot de Weense School. Hoewel gebruikmakend van dezelfde atonale stijl (Kammerkonzert voor piano, viool en 13 blazers, 1923–1925) en na 1925 van dezelfde twaalftoontechniek (Lyrische Suite voor strijkkwartet, met Tristancitaat, 1925–1926), is Berg door zijn lyrische en bewogen natuur van hen de minst orthodoxe en meest begrepen toondichter geworden. In zijn opera Wozzeck vormt de strenge constructie – iedere scène is op een absoluut-muzikale, meestal polyfone vorm, zoals fuga, passacaglia, gebouwd – een geniale eenheid met het sterk emotionele karakter van de in vrije atonaliteit gecomponeerde muziek. Ook het melodisch en harmonisch uit één twaalftoonreeks opgebouwde, lang onvoltooid gebleven muziekdrama Lulu heeft een zeer persoonlijke stijl. (De nagelaten schetsen voor het laatste bedrijf zijn na 1977 door de Oostenrijkse componist Friedrich Cerha uitgewerkt.) Het in memoriam ( ‘Dem Andenken eines Engels’, nl. Manon Gropius, overleden dochter van Alma Mahler) geschreven en geheel verinnerlijkte vioolconcert met een Bach-koraalcitaat werd de afsluiting van Bergs levenswerk.
WERK: (behalve de genoemde): Drei Orchesterstücke op. 6 (1912–1914); Lulu-Suite (1934–1935); strijkkwartet op. 3 (1910), Vier Stücke für Klarinette und Klavier op. 5 (1913), pianosonate op. 1 (1907–1908); liederen. – Geschriften: Führer zu Schönbergs Pelleas und Melisande, Gurrelieder und Kammersymphonie op. 9; vele opstellen.
UITG: A. Berg, Briefe an seine Frau, d. Fr. Willnauer (1965; Eng. ed. 1971); Écrits d'Alban Berg, d. H. Pousseur (1957; Fr. vert.).