| Belgische muziek | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 3. 20ste eeuw |
Omtrent de eeuwwisseling gaven P. Gilson, August de Boeck en Mortelmans een nieuwe kosmopolitische wending aan de muziek, waarin zij nabloei van de hoge romantiek en de eerste tekenen van een impressionistische stijl verenigden. Laat-romantische en impressionistische kenmerken treden op de voorgrond in het werk van de eneratie na hen, o.m. bij Alpaerts, Candael, Devreese, Marinus de Jong, Herberigs en Meulemans. Dezen verplaatsten definitief de klemtoon van de vocale naar de instrumentale genres. Een internationalistisch en eclectisch stijlideaal werd uitdrukkelijk nagestreefd door de componisten die zich in 1925 verenigden in de Groep der Synthetisten (zie Les Synthétistes). Aan de nivellerende werking van het eclecticisme, dat vanaf die periode de Belgische muziekproductie beheerste, wisten zich te onttrekken: van Vlaamse zijde vooral Marcel Poot in neoclassicistische en Baeyens in expressionistische zin, van Waalse zijde Absil en Chevreuille. Enigszins apart staat het omvangrijke orgeloeuvre van Flor Peeters. De generatie die na de Tweede Wereldoorlog aan het woord kwam, bleef, ofschoon met persoonlijke stijlverschillen, aan het neoclassicisme schatplichtig: Legley, Louis de Meester, Van der Velden en David van de Woestijne werden op dit spoor gevolgd door Frédéric Devreese, J. Fontijn (met wie de vrouw haar intrede doet in de Belgische componistenwereld), Gistelinck, Kersters, Fr. Van Rossum e.a., die zich ook door nieuwere stijlrichtingen lieten beïnvloeden. Terwijl tijdens de periode 1920–1950 een klein aantal componisten als de Vlamingen K. Albert, Durme, Van, Pelemans en Rosseau en de Waal A. Souris zich kortstondig door meer extreme klank- of stijlexperimenten liet verleiden, droegen tijdens de jaren vijftig de Vlaming Goeyvaerts en de Waal Pousseur (gesteund door de iets oudere P. Froidebise) persoonlijk bij tot de ontwikkeling van de sonore en formele technieken van de nieuwe (elektronische, seriële, aleatorische) muziek. De componisten die in 1964 tot de groep Spectra toetraden, zetten deze nieuwe strekkingen voort. Het zijn o.m. van Franstalige zijde: R. Baervoets, Bartholomée, Boesmans; van Nederlandstalige zijde: Lucien Goethals en Laporte.
In de volgende decennia bleven de invloeden van de elektronische, seriële en aleatorische muziek doorwerken. Nochtans ontstond bij sommige componisten een sterke drang naar universalisme, naar het zich waarmaken buiten de enge Vlaamse of Waalse bodem. Zij sloten aan bij klankfenomenen waarvan de stijlkenmerken terug te vinden zijn in het experimenteren met het ‘muziekinstrument’ en in de filosoferende Amerikaanse muziek van Cage en diens volgelingen. Zo noemt G.-W. Raes zich muziekmaker en uitvinder van talrijke nieuwe instrumenten. Ook de repetitieve en minimalistische muziek heeft haar adepten. Ook is invloed van het oriëntalisme te merken in de keuze van het instrumentarium. Globale ontwikkelingen van klankvelden, zoals toegepast door G. Ligeti en in zekere zin ook door Y. Xenakis, worden door de jonge Brewaeys nagevolgd. Bij de Waalse componisten van de post-Pousseur periode zijn B. Foccroulle en C. Ledoux te vermelden, die beiden op zoek zijn naar een welomschreven actueel esthetisch perspectief.
In 1990 begon de opdrachtenpolitiek die sedert een paar jaar werd gevoerd in nauwe samenwerking met uitvoerende ensembles, resultaat te boeken. Een aantal Vlaamse componisten was vrijwel constant met een productie bezig, met als resultaat o.m. de danscompositie Girasoli van Paul Beelaerts en de kameropera Vincent van Raoul de Smet. In 1993 vond de première plaats van Reigen, een opera van Philippe Boesmans op libretto van Luc Bondy naar het toneelstuk van Arthur Schnitzler. In 2000 was er weer een wereldcreatie van een opera van Boesmans/Bondy, Wintermärchen, naar The winter's tale van Shakespeare. Boesmans ruimde in zijn partituur plaats in voor de jazz-rockgroep Aka Moon. Eveneens werd in 2000 Triumph of spirit over matter van Wim Henderickx op een libretto van Johan Thielemans ten doop gehouden. In het kader van Antwerpen - Culturele Hoofdstad van Europa 1993 werden eveneens compositieopdrachten gegeven. Onder meer Laphroaig, de vijfde symfonie van Luc Brewaeys, kreeg haar eerste uitvoering.