Naast de hierboven beschreven ‘klassieke muziek’ kent elk Arabisch land zijn volksmuziek, de muziek van het platteland, de bedoeïenen en Berberstammen in Noord-Afrika en de Hedzjaz, mondeling overgeleverd, niet vervat in een complex theoretisch systeem en sterk gebonden aan lokale situaties. Hiervan is geen algemeen overzicht te geven door de grote verscheidenheid in zulk een uitgebreid gebied als het onderhavige en door eenvoudig gebrek aan feitelijke gegevens. De Arabische en Noord-Afrikaanse volksmuziek is nog vrijwel niet onderzocht (met uitzondering van Marokko) en derhalve moet worden volstaan met enkele algemene opmerkingen: de stijlen zijn doorgaans veel minder ‘versierd’, strakker, de melodie- en ritmestructuren minder complex en de instrumenten eenvoudiger van constructie dan de steedse Arabische ‘kunstmuziek’, waarmee echter wel een culturele band bestaat. Veel gebruikte volksmuziekinstrumenten zijn de snavelfluit lira, de mondstukloze fluit gasba, de hobo gaita en de klarinet argoel, het driesnarige tokkelinstrument goenbri, de eensnarige viool rabab en diverse soorten trommels (bijv. de grote tamboerijn bendir, en de tweevellige tbel) en andere slaginstrumenten als bijv. metalen castagnetten. Een veel voorkomende combinatie is bijvoorbeeld gaita + 2 tbel. De muziek van de islamitische kloosterorden zoals de derwisjen staat tussen beide muziektypen in. Vaak dient muziek hier ter begeleiding van trancedansen.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.