De meest gebruikelijke instrumenten zijn de luit oed, de langhalsluit tamboer, de strijkinstrumenten rebab en kamandja (waaraan vooral in de Maghreb de Europese viool moet worden toegevoegd), de trapeziumvormige citer kanoen, de mondstukloze fluit nay, de klarinetten zoemmara en argoel, de hobo's mizmar en zoernai en de lange trompet nafir. De belangrijkste trommels zijn de vaastrommel daraboeka, de kleine dubbelpauken nakkarat, de ronde tamboerijn tar en de platte vierkante doeff; voorts grote en kleine bekkens en castagnetten. De meeste van deze melodie-instrumenten kunnen solistisch, al of niet met ritmische begeleiding, worden gebruikt. Combinaties zijn echter ook mogelijk en zelfs zeer gebruikelijk, zoals bijv. oed (luit) + tar + daraboeka + zang. De klassieke orkestcombinaties van westelijk Noord-Afrika zetten de orkestrale tradities van de Spaans-Arabische tijd voort in het nawba-ensemble, directe afstammeling van de hoforkesten van de kaliefen in Córdoba, Sevilla en andere Spaanse steden, heringevoerd in Noord-Afrika na de verdrijving van de Arabieren uit Spanje (zie ook Reconquista). Dergelijke orkestrale ensembles komen in enigszins andere vorm ook voor in Algerije en Tunesië.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.