| Antwerpen [stad, België] | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| 9. Geschiedenis |
De stad Antwerpen dankt wellicht haar oorsprong aan een vicus (agglomeratie) uit de Romeinse tijd. Sedert de 16de eeuw wordt een aantal vondsten uit de Romeinse tijd gesignaleerd. De belangrijkste daarvan is een grafveld, bij de voormalige St.-Michielsabdij, met brandgraven uit de 1ste en 2de eeuw, die werden ontdekt in 1610, 1774 en in het begin der 19de eeuw. Tijdens de opgravingen die van 1952 tot 1961 werden ondernomen in de nabijheid van het Steen en van de voormalige St.-Walburgiskerk, vond men zeer veel Romeins materiaal uit de 2de en 3de eeuw. Tevens werd een Karolingische stad onderzocht.
De naam Antwerpen wordt het eerst vermeld in een oorkonde uit 726. In 836 werd de plaats door de Noormannen verwoest. Herbouwd werd zij een belangrijke handelsnederzetting en hoofdplaats van een markgraafschap (zie Antwerpen [provincie, België] ). Aan het einde van de 12de eeuw werd de stad van wallen en poorten voorzien. In deze periode kreeg Antwerpen ook stadsrechten. De stad groeide uit tot een van de vier ‘hoofdsteden’ van Brabant en werd een centrum van internationale handel. In 1296 kreeg zij het stapelrecht voor de Engelse wol, waarna zij een voorspoedige economische ontwikkeling kende tot aan de dood van hertog Jan III (1355).
In 1357 werd de stad door graaf Lodewijk van Male met Vlaanderen verenigd, waarbij zij tot 1406 bleef. Intussen werd zij een geduchte concurrente voor Brugge, dat langzamerhand werd uitgeschakeld. De afzet van Engels laken op de jaarmarkten trok kooplieden aan uit heel Midden-Europa. De Honte verving de Oosterschelde als waterweg sedert de 15de eeuw en daardoor verbeterde de toegang tot Antwerpen. Na de dood van Karel de Stoute (1477) hadden beroeringen met sterk sociale inslag plaats. In maart maakten de ambachten zich meester van het stadsbestuur, waardoor zij het toezicht op de stadsfinanciën verwierven. Zijn grootste bloei bereikte Antwerpen in het begin van de 16de eeuw. De stad was nu het grootste handels- en financiële centrum van West-Europa. De bevolking (in 1400 wellicht ca. 10 000 personen) werd in 1565 op 95 000 geschat. De drie voornaamste elementen in Antwerpens hoge bloei waren de Engelse import van lakens, de handel van de Hoog-Duitsers in metaalproducten en de Portugese specerijenhandel. De Antwerpse beurs gaat terug tot 1485 en was gevestigd in de zgn. Oude Beurs (Hofstraat), die reeds in 1526 te klein werd, zodat de stad in 1531 de Nieuwe Beurs liet optrekken. Omstreeks het midden van de 16de eeuw kwam het calvinisme op. Bezorgd om de commerciële belangen van de havenstad, betoonde de magistraat zich vrij lankmoedig tegenover de nieuwe leer, zodat Antwerpen het voornaamste schuiloord werd van het protestantisme. Vele Antwerpse burgers weken in het voorjaar van 1567 (bij de dreigende komst van Alva) uit naar Duitsland (o.a. stadspensionaris J. van Wesembeke). De Tachtigjarige Oorlog betekende het einde van de bloei. De plundering door Spaanse muiters (Spaanse Furie) in 1576 was een zware slag. In hetzelfde jaar sloot de stad zich aan bij de Pacificatie van Gent en koos zodoende partij voor de Opstand. De Franse Furie werd afgeslagen, maar in aug. 1585 moest Antwerpen zich aan Farnese overgeven (Beleg van Antwerpen). Nu sloten de Staatsen de Schelde af, hetgeen tot de ondergang van Antwerpens zeehandel leidde en een grote uittocht van hervormden naar de Noordelijke Nederlanden (in 1589 telde de stad nog amper 42 000 inwoners tegen ca. 80 000 in 1585) veroorzaakte.
De sluiting van de Schelde werd gelegaliseerd door de Vrede van Münster (1648) en bleef tot het einde van de 18de eeuw gehandhaafd. Toch wist Antwerpen zich enigszins te herstellen en in de 17de en 18de eeuw bleef de stad het belangrijkste handelscentrum van de Zuidelijke Nederlanden. Tijdens het Oostenrijkse bewind stichtte keizer Karel VI in 1723 de Oostendse Compagnie met Oostende als aanlegplaats, maar Antwerpen als zetel. Door de vijandschap van de zeemogendheden moest deze echter reeds in 1727 worden geschorst. In 1784 deed keizer Jozef II nog een vergeefse poging de Schelde weer te openen.
In 1792 werd Antwerpen veroverd door de Franse revolutionaire legers. Frankrijk verklaarde nu de Schelde vrij. Dit kon pas effect hebben na de val van de Republiek der Verenigde Nederlanden (1795). Als gevolg van de napoleontische oorlogen bleven handel en zeevaart echter zeer beperkt. Napoleon maakte van Antwerpen een oorlogshaven ( ‘een pistool gericht op de borst van Engeland’).
De vereniging van Noord- en Zuid-Nederland in 1814 schiep voor Antwerpen eerst weer ideale voorwaarden om zich te ontplooien. De haven werd een ernstige concurrent, zowel voor Amsterdam als voor Rotterdam. Toen de stad zich in 1830 bij de Belgische Revolutie aansloot, werd de Schelde opnieuw gesloten en wederom kende Antwerpen verval. De vrede van 1839 maakte hier een einde aan, maar de scheepvaart bleef bezwaard door een Scheldetol. Deze werd in 1863 afgekocht en van toen af dateert de grote bloei van het moderne Antwerpen. De bevolking steeg van 75 000 in 1830 tot 178 000 in 1880, terwijl de voorsteden hun landelijk karakter verloren en in het geheel van de stad werden opgenomen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de vesting Antwerpen (van 1859 tot 1868 – ondanks hevig verzet van o.a. de Meetingpartij– aangelegd volgens het ontwerp van H. Brialmont) bestemd als Centraal Reduit voor het Belgische leger. Op 20 aug. 1914 trok het grootste deel van het leger zich binnen de vesting Antwerpen terug. Daar vormde het een bedreiging op de flank van de Duitse legers die naar Frankrijk oprukten. Twee keer werd tevergeefs vandaaruit een uitval gedaan; om aan die bedreiging voorgoed een einde te maken, begonnen de Duitsers op 28 sept. onder generaal von Beseler de aanval op de vesting, die op 9 okt. werd ingenomen. Pas bij de wapenstilstand van 11 nov. 1918 werd de stad weer bevrijd. In de Tweede Wereldoorlog viel Antwerpen op 17 mei 1940 in Duitse handen en werd op 4 sept. 1944 door Britse pantsertroepen bevrijd. De haven was onbeschadigd. Zij moest in de laatste maanden van de oorlog een belangrijke functie vervullen als aan- en afvoercentrum voor de geallieerden. Hiertoe moest echter eerst de Schelde worden vrijgemaakt, hetgeen geschiedde door de verovering van Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Beveland en Walcheren. Op 7 nov. waren deze operaties voltooid. Van sept. 1944 tot maart 1945 had de stad erg te lijden onder bombardementen met Duitse V-wapens, die vanuit de omgeving van Rotterdam, Den Haag en Trier werden gelanceerd. Er werden duizenden ‘vliegende bommen’ op Antwerpen afgevuurd, waarvan de meeste door de luchtafweerartillerie werden vernietigd. Duizenden burgers verloren het leven, maar de operationele bevoorradingsactiviteiten konden zonder onderbreking worden voortgezet. Na de Tweede Wereldoorlog kende de Antwerpse haven haar grootste uitbreiding en werd een drieledige pluralistische Universitaire Instelling Antwerpen tot stand gebracht.