| Zoekweergave | alt | Terug |
alt (Ital.: alto). I. benaming voor de lage vrouwenstem, met een omvang van ca. e tot e2. De naam is afgeleid van de laat-middeleeuwse benaming contratenor altus, dwz. een hoge stem, tegen de tenor. Als zodanig werden altpartijen tot in de 18de eeuw vnl. door mannen gezongen – een praktijk die nu weer voorkomt. Een mannelijke alt noemt men dikwijls countertenor. Ook kan een altpartij door een jongensalt gezongen worden. Een zeer lage alt wordt contra-alt genoemd (Ital.: contralto).
In de opera onderscheidt men de dramatische alt, de Galli-Marié (lyrisch gericht) en de altsoubrette of Dugazon (met een lichte en humoristische stem).
II. verkorte benaming voor het alt-instrument uit een instrumentenfamilie, zoals de altviool, de altblokfluit, de altklarinet, enz.