Afrikaanse muziek
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Afrikaanse muziek
4. Melodie en vorm

Vocale melodieën zijn in het algemeen gebouwd op de diatonische toonladder (zie diatoniek). Doorgaans is het verloop van een Afrikaanse melodie als volgt: een sterke stijging aan het begin wordt gevolgd door een geleidelijke melodiedaling. Dan weer een plotseling stijgen, weer gevolgd door een geleidelijk dalen. De melodische tendens is telkens een hoge, plotselinge inzet en een geleidelijk dalen op deze zigzagmanier. Er treedt geen verandering van ‘toonsoort’ op. De melodiek van de instrumenten is veel complexer, zoals ook de stemmingen van bepaalde instrumenten (met name xylofoons) een van de diatonie afwijkende temperatuur hebben. De bekendste vorm is antifonie, het afwisselend zingen door solist (voorzanger, leider) en koor, waarbij de solist grotendeels improviserend te werk gaat, terwijl de antwoordende koorpartij ongewijzigd blijft. In West-Afrika komt de canonvorm zeer veel voor. Ook meerstemmigheid is geen zeldzaamheid: het simultaan laten klinken van meer dan één toonhoogte door verschillende zangers resp. musici. Het zingen in parallelle tertsen, kwarten en kwinten is algemeen verbreid, terwijl ook andere vormen van meerstemmigheid wel voorkomen.