Afghanistan
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Afghanistan
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding

De jaarlijkse bevolkingsgroei is aanzienlijk (2,7%). Na de val van het Talibanregime bedroeg de groei enige tijd meer dan 4%.

Traditioneel woonde het grootste gedeelte van de bevolking op het platteland, maar door de burgeroorlog zijn delen van het platteland ontvolkt geraakt en zijn veel Afghanen naar de steden getrokken. De grootste steden zijn Kabul, Kandahar, Herat en Mazar-e-Sharif, gevolgd door Jalalabad en Koendoez. Vooral de hoofdstad Kabul is in enkele jaren tijd snel gegroeid. In Afghanistan wonen diverse, veelal in stamverband georganiseerde, volken. De grootste en overheersende bevolkingsgroep is die van de Pathanen (of Pasjtoes), die ca. 43% van de bevolking uitmaken en overwegend in het zuiden wonen. De Tadzjieken in het noordoosten maken ca. 28% van de bevolking uit. Verder wonen er Hazara's, een sjiietische bevolkingsgroep van Mongoolse afkomst, in het centrale bergland (8%). In het noorden wonen Oezbeken (9%) en Toerkmenen (3%), terwijl tot de kleinere bevolkingsgroepen o.a. behoren de Noeristani, de Kirgiezen, de Kazachen en de Perzische Baluchi's.

2.2 Taal

De Afghanen spreken het Pasjtoe, dat in 1936 naast het Perzisch (Farsi, in Afghanistan ook Dari genoemd) tot officiële taal werd verheven. Het Dari wordt gesproken door de Tadzjieken.

2.3 Religie

Vrijwel alle inwoners van Afghanistan (98%) zijn aanhangers van de islam, de staatsgodsdienst; de Afghanen, Tadzjieken, Toerkmenen en Oezbeken zijn overwegend soennieten, de Hazara's en Iraniërs sjiieten. De Noeristani werden pas op het eind van de 19de eeuw tot de islam bekeerd; tot voor kort werden zij nog kafirs (= ongelovigen) genoemd. Onder de stedelijke bevolking worden kleine groepen joden, hindoes en Sikhs aangetroffen.