Afghanistan
Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken.
Afghanistan
3. Staatsinrichting en samenleving
3.1 Bestuur

Sinds 1973 is Afghanistan een republiek. Bij de communistische machtsovername in april 1978 werd de grondwet opgeschort. Nadat eind 2001 een einde kwam aan het regime van de Taliban werd op instigatie van de gebundelde oppositie tegen de Taliban op 22 december 2001 een voorlopige regering onder leiding van de Pathaanse verzetsleider Hamid Karzai geïnstalleerd. In 2004 werd door een vergadering van stamoudsten een nieuwe grondwet aangenomen, die voorzag in een presidentieel stelsel. Afghanistan werd formeel een islamitische republiek; wetten mogen niet in strijd zijn met de islam. Karzai werd in dat jaar door de bevolking tot president gekozen.

Het parlement, de Nationale Assemblée, bestaat uit twee huizen: het Huis van het Volk en het Huis van de Ouderlingen. Het Huis van het Volk (Wolesi Jirga) telt 249 leden, direct gekozen in een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. 68 zetels zijn voorbehouden aan vrouwelijke kandidaten. Het Huis van de Ouderlingen (Meshrano Jirga) heeft vooral een adviserende rol. Twee derde van de leden worden gekozen door provinciale en districtsraden, een derde wordt benoemd door de president. In 2005 werden voor het eerst sinds 1969 vrije parlementsverkiezingen gehouden.

3.2 Administratieve indeling

Afghanistan is administratief verdeeld in 34 provincies.

3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties

Afghanistan is sedert 1946 lid van de Verenigde Naties en maakt deel uit van de belangrijkste organen en commissies van de VN. Het land is actief binnen de organisatie van niet-gebonden landen en binnen de Groep van 77.

3.4 Partij en vakbondswezen

Sinds de verdrijving van de Taliban in november 2001 is de Afghaanse politiek georganiseerd rondom de belangrijkste etnische en tribale leiders en krijgsheren, zoals de Pathaanse president Hamid Karzai, de Oezbeek Rashid Dostum, de Tadzjiekse gouverneur van Herat Ismail Khan, en de Tadzjiek Mohammed Atta. Voorts speelden de Tadzjiekse erfgenamen van de in september 2001 vermoorde Massoud een belangrijke rol op het politieke toneel: vice-president en minister van Defensie Mohammed Fahim, minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Abdullah en minister van Onderwijs Younis Qanooni. Voormalig president Rabbani en de ex-koning Mohammed Zahir Shah schaarden zich uiteindelijk achter Karzai en gaven hun zelfstandige politieke aspiraties op. De autoriteit van de regering Karzai beperkt zich in feite tot de hoofdstad Kabul, waar troepen van ISAF gelegerd zijn. In de overige delen van Afghanistan hebben de lokale krijgsheren het grotendeels voor het zeggen, wat herhaaldelijk leidt tot etnische en intertribale rivaliteit.