Zoekweergave absolute muziek

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

absolute muziek

absolute muziek, muziek die niet verbonden is met een tekst, functie of buitenmuzikaal onderwerp. De – altijd instrumentale – muziek bestaat uitsluitend in zichzelf, is geheel abstract, heeft een binnenmuzikaal doel.

Het concept van de absolute muziek ontstond ca. 1800 in de Duitse romantische literaire en muzikale esthetiek (Jean Paul, Wackenroder, Tieck, E.T.A. Hoffmann) en betekende een ommekeer in het denken over muziek (zie ook romantiek). De gedachte dat zuiver instrumentale muziek de ‘eigenlijke’ muziek is, stond haaks op de tot het eind van de 18de eeuw heersende overtuiging dat muziek van nature een onzelfstandige kunst is. De emancipatie van de instrumentale muziek tot esthetische autonomie moet worden gezien tegen de achtergrond van de ontwikkeling van het strijkkwartet en vooral van de symfonie door Haydn, Mozart en Beethoven. De term absolute muziek stamt uit het midden van de 19de eeuw. Wagner gebruikte hem in negatieve zin (Das Kunstwerk der Zukunft, 1849), terwijl de criticus Eduard Hanslick (Vom musikalisch-Schönen, 1854) absolute muziek als de hoogste muzikale uitingsvorm beschouwde. De scheidslijn tussen absolute muziek en programmamuziek is in de regel minder scherp dan de terminologie suggereert.

Anders dan absolute muziek sluit het begrip autonome muziek vocale muziek en programmamuziek niet principieel uit. De tegenpool van de op specifiek muzikale vormprincipes berustende autonome muziek is functionele muziek (bijv. liturgische muziek, dans- of filmmuziek), die zich onderwerpt aan niet-muzikale wetmatigheden.