| Zoekweergave | beeldenstorm in Afghanistan | Terug |
| Introductie |
beeldenstorm in Afghanistan, de vernietiging van honderden heilige beelden en kunstvoorwerpen in Afghanistan door de Taliban in maart 2001. De extremistische moslims, sinds 1996 in Afghanistan aan de macht, voerden als reden aan dat honderden pre-islamitische beelden een belediging waren voor de islam.
| Bamian |
Op 4 maart 2001 werd begonnen met de sloop van twee monumentale boeddhabeelden in Bamian. Deze reusachtige staande beelden van 35 en 53 meter hoog werden in de vierde en vijfde eeuw uit rotsen uitgehouwen en kwamen voor op de lijst van werelderfgoed van de UNESCO. Ondanks internationale protesten werden ze wekenlang met dynamiet en tanks gebombardeerd tot er niets van overbleef. In een van de overgebleven lege nissen zal een nieuw, nog te ontwerpen beeld, komen. De kleine nis blijft in puin, ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen in 2001.
Veel voorwerpen uit het Nationaal Museum in Kabul werden vernietigd. Het museum herbergde veel archeologische vondsten uit de oudheid. Medewerkers konden veel voorwerpen veilig stellen, maar grote objecten zoals standbeelden werden verwoest.
| Wet |
Moellah Mohammed Omar, in die tijd de geestelijk leider van de Taliban, rechtvaardigde de Afghaanse beeldenstorm door te refereren aan het islamitische verbod levende wezens af te beelden. In de wet staat dat alle beelden in het land vernietigd moeten worden, omdat deze beelden voorheen als idolen en afgoden werden gebruikt door niet-gelovigen. Volgens de Taliban verdient alleen God de Almachtige het vereerd te worden, niet iemand of iets anders.