Zoekweergave Ivan IV de Verschrikkelijke

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Ivan IV de Verschrikkelijke

Ivan IV de Verschrikkelijke (Russisch: groznyj = de ontzagwekkende) (Moskou 25 aug. 1530 – 18 maart 1584), grootvorst van Moskou sedert 1533, tsaar van Rusland van 1547 tot 1584, zoon van Vasili III, was 3 jaar oud toen zijn vader stierf, waarna zijn moeder Jelena als regentes optrad. Zij werd echter in 1538 vermoord. Sindsdien betwistten twee bojarenfamilies, de Sjoejski's en de Bjelski's, elkaar de macht, welke strijd door Andrej Sjoejski, werd gewonnen. Reeds jong trad Ivan hiertegen op: in 1543 liet hij de usurpator vermoorden. In 1547 nam hij de titel ‘tsaar’ aan. Hij bevorderde de ontwikkeling van Rusland door het inrichten van een drukkerij, waar in 1563 het eerste boek gereed kwam. Buitenlandse, vooral Duitse, werklieden en kunstenaars werden ertoe bewogen zich in Rusland te vestigen. Ook de handel met het buitenland werd bevorderd, door o.a. een verdrag met Engeland. Onder Ivans regering kwam een regeling van de kerkelijke aangelegenheden tot stand, terwijl aan steden en boeren van enige districten bepaalde privileges werden verleend. In 1550 werd voor het eerst een landelijke volksvergadering, de zemski sobor, bijeengeroepen, als tegenwicht tegen de invloed van de bojaren. Ivan voerde oorlog tegen de Tataren van Kazan (1552) en Astrachan (1556) en onderwierp de noordelijke Kaukasus, aldus het territorium van Moskovië aanzienlijk uitbreidend. Ook in Siberië werden al vorderingen gemaakt, met name door de ondernemende familie Stroganov.

Toen Ivan Lijfland aan de Duitse Orde trachtte te ontrukken (1557–1582), verbonden de Polen, Zweden en Denen zich tegen hem. Ivan werd dusdanig in het nauw gebracht door de Poolse koning Stefan Báthory dat hij zich tot de paus wendde om te bemiddelen. Bij de Vrede van Jam Zapolski (1582) moest hij afzien van alle aanspraken op Lijfland.

In het binnenland versterkte de tsaar zijn macht door een krachtige centralisatiepolitiek, die zich vooral richtte tegen de oude bojarenaristocratie. Door kundige manipulaties wist Ivan een vrijbrief van zijn onderdanen te verkrijgen om allen die hem in de weg stonden of ongehoorzaam waren, te bestraffen. Vanaf 1564 trad een speciaal elitekorps op, de opritsjnina, als werktuig van een terreurpolitiek. Vele landgoederen werden rechtstreeks onder het beheer van de tsaar gesteld en door opritsjniki bestuurd. Ivan stelde ook het leger van de Streltsi in. Gedurende de jaren 1566–1572 woedde de terreur het hevigst, daarna in mindere mate, tot de laatste levensjaren van Ivan weer een normaal bewind te zien gaven. Ivan was in eerste echt gehuwd met Anastasia.

UITG: Correspondance avec le prince Kouriski (1960).