Zoekweergave Bach, Carl Philipp Emanuel

Je kunt een woord, naam of onderwerp in dit artikel vinden met behulp van de optie van de browser voor het zoeken binnen een pagina. Bij Internet Explorer vind je deze optie in het menu Bewerken.

Er wordt gezocht naar het exacte woord of de exacte zin die je hebt ingetypt. Als er niets wordt gevonden, kun je zoeken naar een trefwoord binnen het onderwerp of de spelling controleren van wat je hebt getypt.

Bach, Carl Philipp Emanuel

Bach, Carl Philipp Emanuel (Weimar 8 maart 1714 – Hamburg 14 dec. 1788), naar de steden waar hij werkte vaak de Berlijnse of Hamburgse Bach genoemd, componist en cembalist, tweede zoon van J.S. Bach, ontving zijn schoolopleiding aan de Thomasschool in Leipzig en zijn muzikale vorming (compositie, klavierspel) van zijn vader. Van 1731 tot 1738 studeerde hij rechten te Leipzig en Frankfurt a.d. Oder. Zijn eerste composities schreef hij op 18-jarige leeftijd. In 1738 kwam hij aan het hof van de latere Frederik de Grote, die hem na zijn troonsbestijging in 1740 meenam naar Berlijn, waar hij hofmusicus en -clavecinist werd. In deze kwaliteit trad hij regelmatig op als begeleider van de vorst, die een verdienstelijk amateurfluitist was. Componisten als zijn broer Johann Christian, F.W. Rust en J.A.P. Schulz behoorden hier tot zijn leerlingen. Uit deze Berlijnse jaren dateert zijn Versuch über die wahre Art das Klavier zu spielen (2 dln., 1753–1762), dat met de didactische werken van Quantz en Leopold Mozart tot de belangrijkste bronnen voor de uitvoeringspraktijk van omstreeks 1750 behoort. Behalve de afwijzende houding van de meer op de burgerlijk-sentimentele stroming van zijn tijd ingestelde componist ten opzichte van de aan het hof heersende rationalistische sfeer waren ook de Zevenjarige Oorlog en de daardoor afnemende belangstelling van de vorst voor muziek er de oorzaak van dat Bach solliciteerde naar een andere betrekking. In 1768 werd hij als opvolger van Telemann Musikdirektor te Hamburg. Onafhankelijkheid als kunstenaar zocht hij hier door openbare concerten te organiseren, waarbij hij als clavecinist optrad en ook programma's bracht met eigen werk en met oratoria van Händel, Telemann, Johann Gottlieb Graun en Franz Joseph Haydn. Als bespeler van het clavichord, met zijn vibratomogelijkheid (‘Bebung’) en daarmee de mogelijkheid tot ‘gevoelig’ spel, genoot Bach grote bekendheid. Als erudiet en geletterd man onderhield hij nauwe vriendschapsbetrekkingen met dichters als Gotthold Ephraim Lessing, Vosz, Claudius en Klopstock. Men vindt in zijn werken een versmelting van Italiaanse en Noord-Duitse stijlen en een cantabel en expressierijk melos, gecombineerd met een verrassende harmonie en een grillige, improviserende vormgeving. Zijn vrijwel altijd driedelige klaviersonates (zonder menuet) zijn van invloed geweest op Haydn en de jonge Beethoven. De vrije fantasie (vgl. Clavier-Sonaten und freie Fantasien, 1783; 1785) heeft hij een grote plaats in zijn scheppen gegund. Wat dit betreft is er een duidelijke lijn door te trekken van hem naar Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart (die hem beiden zeer hoog schatten), Beethoven, Schubert en Liszt. Bach had een zeer grote waardering voor het werk van zijn vader, waarvan hij getuigde dat het ‘nichts als Meisterstücke’ bevatte. Toch betekende de naam Bach in zijn tijd (en ook nog later) altijd Carl Philipp Emanuel en niet Johann Sebastian. Voor Bach was muziek de taal van het gevoel: hij wilde menselijke hartstochten opwekken en tot rust brengen. Daarmee behoort hij geheel tot de periode van de Empfindsamkeit .

WERK: 19 symfonieën, 61 concerten, waarvan 50 voor klavier; 60 instr. duo's voor versch. instr.; 30 triosonates; 3 klavierkwartetten; ca. 200 klaviersonates, w.o. 6 Preussische Sonaten (1742), 6 Württembergische Sonaten (1744), 6 Sonaten mit veränderten Reprisen (1760), sonatines, rondo's en 12 variatiewerken; orgelsonates; 2 oratoria; Magnificat; 20 passiemuzieken; motetten; oden, aria's, liederen, w.o. Oden mit Melodien (1760), Zwölf geistliche Oden und Lieder (1764).