| Wagner, Richard | Terug | ||||
| Klik in het menu Bestand op Afdrukken om de gegevens af te drukken. | |||||
| Introductie |
Wagner, Richard, voluit: Wilhelm Richard (Leipzig 22 mei 1813 – Venetië 13 febr. 1883), componist, was waarschijnlijk de zoon van Karl Friedrich Wilhelm Wagner en Johanna Rosine Pätz. (Zijn moeder hertrouwde binnen het jaar van het overlijden van haar man met een huisvriend, de acteur en schilder Ludwig Geyer; zij was toen zwanger.)
| 1. Leven |
De eerste indrukken die van invloed geweest kunnen zijn op Wagners levenswerk, het muziekdrama, waren in het ouderlijk huis (vanaf 1814 te Dresden) de persoon van Carl Maria von Weber en de werken uit de Griekse dichtkunst, die hem bij zijn eerste onderwijs al wisten te boeien. In 1827 keerde de familie terug naar Leipzig, waar Wagners studie aan het Nikolai-gymnasium al spoedig werd bemoeilijkt door zijn overheersende belangstelling voor muziek (Mozart, Beethoven) en theater (Shakespeare, Goethe). In 1828 ontstond een ‘Grosses Trauerspiel’, Leubald und Adelaide. Op twaalfjarige leeftijd begon Wagner met de pianostudie; vanaf 1828 nam hij heimelijk muzieklessen bij de orkestmusicus Christian Gottlieb Müller. In deze tijd raakte hij onder de indruk van het werk van Beethoven door een uitvoering van Fidelio; van diens negende symfonie maakte hij in 1830 een piano-uittreksel. Op 24 dec. 1830 werd zijn eerste eigen compositie uitgevoerd, de ouverture in Bes. Na een korte periode aan de Thomasschule werd hij op 23 febr. 1831 als muziekstudent aan de universiteit van Leipzig ingeschreven. In hetzelfde jaar werd hij leerling van de Thomaskantor Chr.Th. Weinlig (harmonieleer en contrapunt). Toen ontstond de pianosonate in Bes, het eerste werk van zijn hand dat werd uitgegeven. In 1832 werden enige composities van Wagner in het publiek uitgevoerd, in 1833 ontwierp en vernietigde hij zijn eerste opera, Die Hochzeit. Eveneens in 1833 voltooide hij de tekst voor zijn eerste bewaard gebleven opera, Die Feen, en werd hij tot chef-dirigent in Würzburg benoemd. Van 1834 tot 1836 was hij muziekdirecteur van de Bethmannsche Theatergruppe in Lauchstadt en Maagdenburg; in deze laatste stad vond op 29 maart 1836 de eerste uitvoering plaats van zijn tweede opera, Das Liebesverbot. Op 24 nov. 1836 huwde hij de actrice Minna Planer. Hij was nu achtereenvolgens korte tijd muziekdirecteur in Königsberg en Riga. Inmiddels ontstond de opera Rienzi (1838–1840), die hij vergeefs in Parijs trachtte te doen uitvoeren.
| 1.1 Het eerste succes |
Wagner, Richard, Van 1839 tot 1842 verbleef Wagner onder vooral financieel moeilijke omstandigheden in Parijs; hij componeerde er Der fliegende Holländer (1841), zie ook de Vliegende Hollander. In Dresden vond in 1842 de eerste uitvoering van Rienzi plaats; het succes was overweldigend. Op 2 jan. 1843 volgde de première van Der fliegende Holländer, met veel geringer resultaat. Schetsen voor Tannhäuser werden nu binnen een jaar uitgewerkt tot de volledige opera, die al bij de première (in 1845) Wagners naam als componist in brede kring bevestigde. Twee problemen beheersten vanaf dat ogenblik zijn leven: zijn slecht financieel beleid en het frustrerende gevoel dat voor de vocale en dramatische interpretatie van zijn werk geen grote kunstenaars te vinden waren. Het gevoel van eenzaamheid dat hierdoor ontstond en zijn grote bezwaren tegen het theaterbeleid in die jaren behoorden tot de factoren die Wagner tot oppositie en zelfs tot deelname aan de Maartrevolutie (1848) (zie ook revolutiejaar 1848) brachten. Op grond daarvan werd zijn opera Lohengrin (1846–1848), oorspronkelijk voor uitvoering aangenomen, alsnog geweigerd. Uit deze tijd al dateren zijn eerste ideeën voor een muziekdrama Siegfried, welke ideeën later in Der Ring des Nibelungen zouden uitmonden. Ook kwamen nu de eerste gedachten voor de opera Die Meistersinger von Nürnberg bij hem op. In 1849 moest hij – ten gevolge van zijn revolutionaire activiteiten – uit Duitsland vluchten. Via Weimar, waar hij Liszt ontmoette, bereikte hij Zürich, waar hij nu met vele onderbrekingen enige jaren verbleef. Hier ontstond zijn belangrijkste theoretische werk, Oper und Drama (1851).
| 1.2 De grote Opera's |
In 1851 en 1852 concipieerde hij er de tekst van Der Ring des Nibelungen. In 1854 en 1855 voltooide hij de eerste twee partituren van deze tetralogie: Das Rheingold en Die Walküre. Halverwege de compositie van de derde opera uit de cyclus, Siegfried, onderbrak hij zijn werkzaamheden aan de Ring; deze pauze zou twaalf jaar duren. In Zürich was Wagner, die inmiddels gescheiden leefde van Minna Planer (de officiële scheiding had in 1861 plaats), bevriend geraakt met het echtpaar Otto en Mathilde Wesendonk. Zijn relatie tot Mathilde, die hem inspireerde tot de Wesendonkliederen (1857–1858; voor zangstem en orkest; op teksten van Mathilde Wesendonk), maakte ten slotte in 1858 een verder verblijf in Zürich onmogelijk. In Luzern voltooide hij in 1859 Tristan und Isolde. Nadat een uitvoering van Tannhäuser te Parijs geresulteerd was in een schandaal, ging Wagner via Karlsruhe – in Duitsland was hem inmiddels amnestie verleend – naar Wenen, waar zijn Tristan werd afgewezen met de opmerking ‘unaufführbar’.
In 1864 moest hij op financiële gronden uit Wenen vluchten; in datzelfde jaar echter werd hij ontvangen door koning Lodewijk II van Beieren, die hem van alle schulden verloste en hem voor de komende jaren een groot bedrag ter beschikking stelde. Door toedoen van Lodewijk II, de zeer omstreden romantische vorst die zich in sterke mate tot Wagner en diens werk voelde aangetrokken, en ondanks de vijandige houding van de bevolking van München kwam het daar op 10 juni 1865 tot de wereldpremière van Tristan und Isolde. Politieke intriges deden Wagner nog datzelfde jaar uit München vertrekken; na enige omzwervingen vestigde hij zich in 1866 in het huis Tribschen nabij Luzern (thans Wagner Museum). Reeds in München had hij intieme betrekkingen aangeknoopt met Cosima, echtgenote van de dirigent Hans von Bülow en dochter van Franz Liszt. In 1870 huwden zij. Uit hun verbintenis kwamen drie, wellicht vier kinderen voort, onder wie Siegfried. Ter gelegenheid van diens geboorte (1869) had Wagner zijn fraaie orkeststuk Siegfriedidyll gecomponeerd.
Ondanks vele storingen in de relatie met de Beierse koning werd in München op 21 juni 1868 de première gegeven van Die Meistersinger von Nürnberg. Tegen de zin van Wagner liet Lodewijk in München Rheingold en Walküre uitvoeren, resp. in 1869 en 1870. Nu werkte Wagner de laatste delen van de Ring uit: Siegfried en Die Götterdämmerung; pas twee jaar na zijn verhuizing naar Bayreuth was de tetralogie voltooid (21 nov. 1874). Tussen 1868 en 1870 viel ook de reeks ontmoetingen met Friedrich Nietzsche; hun diepgaande contacten en gedachtewisselingen liepen ten slotte uit op een wederzijdse vervreemding.
In het door Wagner gestichte Festspielhaus in Bayreuth vond in 1876 (repetities in 1875) de première van de Ring plaats. Het deficit van 150 000 Mark maakte duidelijk dat van een herhaling vooralsnog geen sprake kon zijn en Wagner gaf het werk daarom vrij voor andere theaters. In 1877 schreef hij het tweede proza-ontwerp en daarna de volledige tekst van zijn laatste werk, het Bühnenweihfestspiel Parsifal: in 1882 was de partituur van het werk voltooid. Na weer van Lodewijk II een financiële tegemoetkoming te hebben ontvangen, beleefde de componist nu eindelijk, bij zestien voorstellingen van Parsifal in 1882 te Bayreuth, een artistiek en financieel succes. Een hartziekte was inmiddels zijn activiteiten gaan ondermijnen; hij overleed tijdens een vakantie in Venetië (in het Palazzo Vendramin).