| Zoekweergave | 11 september 2001 | Terug |
| Introductie |
11 september 2001, ook genoemd ‘Zwarte Dinsdag’ (Amerikaans: September 11 of Nine Eleven), dag waarop door leden van de islamitische terreurorganisatie al-Qaida met drie gekaapte passagiersvliegtuigen aanvallen werden uitgevoerd op de torens van het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington in de Verenigde Staten. Een vierde vliegtuig, vermoedelijk op weg naar Washington, stortte neer toen de passagiers zich tegen de kaping verzetten.
De aanval kostte aan ca. 2800 mensen het leven en leidde tot miljarden dollars schade en tot de oorlogsverklaring van de Verenigde Staten aan het terrorisme.
| 1. Chronologie |
08.50 uur
Een kort na vertrek uit Boston gekaapte Boeing 767, met bestemming Los Angeles en 92 mensen aan boord, boort zich tussen de 96ste en de 103de etage in de noordelijke toren van het World Trade Center (WTC) in New York.
09.09 uur
Een kort na vertrek uit Washington gekaapte Boeing 767, met bestemming Los Angeles en 65 mensen aan boord, vliegt tussen de 87ste en 93ste etage de zuidelijke toren van het WTC binnen. Een grote explosie volgt.
09.42 uur
Een kort na vertrek uit Boston gekaapte Boeing 757, met bestemming Los Angeles en 64 mensen aan boord, stort neer op de westvleugel van het Pentagon in Washington.
09.43 uur
Het Witte Huis wordt geëvacueerd.
09.48 uur
Alle vliegverkeer in, van en naar de Verenigde Staten wordt stilgelegd.
09.59 uur
De zuidelijke toren van het World Trade Center stort in.
10.00 uur
Een kort na vertrek uit New York gekaapte Boeing 757, met bestemming San Francisco en 45 mensen aan boord, stort neer 130 kilometer ten zuiden van Pittsburgh. Dit vliegtuig, dat koers zette naar Washington, heft zijn doel niet kunnen bereiken omdat de kapers door passagiers, die via hun mobiele telefoons op de hoogte waren gesteld van de aanslagen, werden uitgeschakeld.
10.08 uur
Melding van een autobom bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington.
10.28 uur
De noordelijke toren van het World Trade Center bezwijkt. Als gevolg van het instorten van de torens ontwikkelt zich een enorme wolk van stof en gruis die door de straten van Manhattan raast.
10.40 uur
Een deel van het Pentagon stort in.
11.14 uur
Het 22 etages tellende Marriott hotel, vlak bij de Twin Towers gelegen, raakt bedolven onder het puin en stort in.
17.25 uur
Het 47 etages tellende Salomon Brothers Building, onderdeel van het WTC complex, stort in.
| 2. World Trade Center |
Het World Trade Center, gelegen op de zuidelijke punt van Manhattan en gebouwd tussen 1966-1973 door M. Yamakazi, bestond uit twee identieke torens van ieder 110 verdiepingen (de Twin Towers) met daaromheen vijf lagere gebouwen, waaronder het Marriott hotel en het Salomon Brothers Building. Door de inslag van de vliegtuigen werd de dragende stalen constructie van de Twin Towers vernield. Bij de na de inslag uitgebroken brand werden temperaturen bereikt van meer dan 500 graden Celsius, waardoor het staal ging smelten. Als gevolg hiervan zakte verdieping na verdieping naar beneden en stortte het hele gebouw rechtstandig naar beneden. Circa 2800 mensen, onder wie honderden reddingswerkers, vonden hierbij de dood. Van de meesten van hen is geen spoor teruggevonden. Bij het instorten van de torens kwam zoveel hitte vrij dat de lichamen volkomen zijn vernietigd. Zelfs het beton werd gedesintegreerd tot stof en gruis.
| 3. De daders |
Al snel werd bekend dat de kapingen gepleegd waren door 19 moslimfundamentalisten, voor het merendeel afkomstig uit Saoedi-Arabië. Geen van hen overleefde de aanslagen. Enkele van de kapers hadden zich op deze dag voorbereid door vlieglessen te nemen. De meesten woonden al langere tijd in de Verenigde Staten of Europa; ze waren over het algemeen goed opgeleid. Door deskundigen werden de terroristen gedefinieerd als ‘zeer gedisciplineerd’. Er was geen waarschuwing voorafgegaan aan de aanslagen, de aanslagen werden door niemand opgeëist en er werden achteraf geen eisen gesteld. De Verenigde Staten en haar bondgenoten waren het er al snel over eens dat de aanslagen moesten worden toegeschreven aan de terreurorganisatie al-Qaida (al-Qaeda), die nauwe banden heeft met Osama bin Laden. Bin Laden werd er ook van verdacht het brein te zijn achter de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar es Salaam in 1998.
| 4. De gevolgen |
President Bush verklaarde de oorlog aan het internationale terrorisme. Het Talibanbewind in Afghanistan werd gesommeerd Bin Laden uit te leveren. Vrijwel alle landen (met uitzondering van o.a. Irak) schaarden zich achter de coalitie tegen het internationale terrorisme van Bush. Op 24 september gaf Bush bevel alle financiële tegoeden van Bin Laden en al-Qaida te bevriezen, alsmede die van een aantal islamitische liefdadigheidsorganisaties die ervan worden verdacht terreurgroepen te financieren. Op 7 oktober 2001 voerden de Verenigde Staten en Groot-Brittannië de eerste bombardementen uit op terroristische bases en militaire doelen in Afghanistan, met als doel de zich daar schuilhoudende terroristenleider Osama bin Laden in handen te krijgen, al-Qaida te vernietigen en het Talibanregime ten val te brengen. De operatie kreeg de codenaam Enduring Freedom. De aanval werd gesteund door een wereldbrede, door president Bush gebouwde coalitie tegen het internationale terrorisme. Zie verder Afghanistan en Taliban.
| 5. Rapport van het Amerikaanse Congres |
In juli 2003 werd een rapport van het Amerikaanse Congres vrijgegeven waarin werd geconcludeerd dat de aanslagen van 11 september mogelijk voorkomen hadden kunnen worden als de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, de nationale veiligheidsdienst NSA en de federale recherche FBI beter hadden samengewerkt. Het rapport beschrijft onder meer hoe de inlichtingendiensten twee van de 19 kapers in de gaten hielden, maar ze uit het oog verloren. Volgens het rapport wist de CIA dat de twee kapers banden hadden met het terroristische netwerk al-Qaida van Osama bin Laden, maar deelde de inlichtingendienst deze informatie niet met de FBI. Ook de FBI hield de twee in de gaten. De NSA onderschepte in de weken voorafgaande aan de aanslagen gesprekken tussen terroristen over mogelijke aanslagen, maar was niet in staat deze snel te vertalen.
Een andere conclusie van het door leden van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden gezamenlijk opgestelde rapport, bevestigde dat er geen verband is tussen het terroristennetwerk al-Qaida, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslagen, en het Iraakse regime van Saddam Hussein.