|
Het Magnificat, de lofzang van Maria in het evangelie van Lucas (Lucas 1:46-55), wordt door Maria uitgesproken bij haar bezoek aan haar nicht Elisabeth nadat ze kort daarvoor had gehoord dat het kind waarvan ze in verwachting was de door Israël verwachte Messias zou zijn. Hier zijn opgenomen de teksten in de Latijnse vertaling en de Canisiusvertaling.
Magnificat anima mea Dominum
Et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo
Quia respexit humilitatem ancillae suae
Ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes
Quia fecit mihi magna qui potens est
Et sanctum nomen eius
Et misericordia eius
A progenie in progenies timentibus eium
Fecit potentiam in brachio suo
Dispersit superbos mente cordis sui
Deposuit potentes de sede
Et exaltavit humiles
Esurientes implevit bonis
Et divites dimisit inanes
Suscepit Israël puerum suum
Recordatus misericordiae suae
Sicut locutus est ad patres nostros
Abraham, et semini eius in saecula
Mijn ziel prijst groot den Heer,
Mijn geest jubelt van vreugde
In God, mijn Redder;
Want Hij ziet op de geringheid neer van zijn dienstmaagd.
Zie, van nu af prijzen mij zalig alle geslachten;
Want de Machtige heeft aan mij grote dingen gedaan:
Zijn Naam is heilig!
Zijn barmhartigheid reikt van geslacht tot geslacht
Over hen die Hem vrezen;
Hij toont de kracht van zijn arm,
En slaat de trotsen van harte uiteen.
De machtigen haalt Hij neer van de troon,
Maar Hij verheft de geringen;
Behoeftigen overlaadt Hij met gaven,
En rijken zendt Hij ledig heen.
Hij heeft Zich over Israël, zijn dienaar, ontfermd;
Zijn barmhartigheid indachtig:
Zoals Hij tot onze vaderen sprak:
Aan Abraham en zijn zaad voor altijd.
Lees meer hierover in:
vespers; Magnificat; Evangelie van Lucas; Maria [moeder van Jezus]
|