Indianenvolken die op de Great Plains landbouw bedreven, zoals de Mandan, woonden in earth lodges: koepelvormige, half onderaardse woonverblijven bedekt met plaggen en aarde. De ingang werd gevormd door een korte overdekte gang. In het verblijf waren langs de wanden verhoogde platforms aangebracht waar werd geslapen. Midden in het dak bevond zich een gat dat diende als schoorsteen. De earth lodges waren zo ruim dat er behalve voor de familie ook plaats was om enkele paarden te stallen. De afbeelding is ca. 1835 geschilderd door Karl Bodmer, een Zwitserse schilder die in 1832-34 in het gevolg van prins Maximiliaan zu Wied-Neuwied door Noord-Amerika trok.