De meeste metaaldetectors zijn elektromagnetische of pulsinductiedetectors. Elektromagnetische detectors (links) gebruiken twee reeksen spoelen. Een elektromagnetisch signaal dat door één spoel wordt verzonden, veroorzaakt eenzelfde signaal in de andere spoel. Wanneer een metalen voorwerp dicht langs de spoelen gaat, wordt het evenwicht tussen de twee spoelen onderbroken en wordt de aanwezigheid van metaal gesignaleerd. Pulsinductiedetectors (rechts) gebruiken één enkele spoel die zeer snelle elektromagnetische signalen uitzendt. De puls veroorzaakt een kleine, korte elektromagnetische lading in nabije metalen voorwerpen. Als elke puls is verzonden, schakelt de spoel snel over op ‘ontvangen’ waardoor het voorwerp met de elektromagnetische lading kan worden gevonden.