Dit schilderij van Gerard Ter Borch, Het duo: zangeres en luitspeler (1669, Tate Gallery, Londen) laat de kledingstijl zien die gangbaar was in Noord-West Europa in de 17de eeuw. De mode voor vrouwen in deze periode bestond uit getailleerde jurken met korsetten en hoepelrokken, die soms waren gemaakt van zijde en waren afgezet met kant. Mannen, zoals de luitspeler op het schilderij, droegen soms een casaque (cape). Zo'n cape bestond uit een losse voor- en achterkant, die met knopen aan elkaar kon worden bevestigd tot een jas. De schouderstukken vormden op deze manier de mouwen.