| Het Japanse nô-toneel, spiritueel en artistiek geïnspireerd door het zenboeddhisme, heeft vier hoofdcomponenten: muziek (stemmen, instrumenten), choreografie (dans, gebaren), literatuur (teksten) en toneeleffecten (maskers, kostuums). Instrumentale muziek, zang en handelingen worden in het nô-theater op complexe wijze gecombineerd en spelen vaak verschillende rollen. De keelgeluiden die de slagwerkers maken, dienen om de maat aan te geven en geven het stuk ook de juiste sfeer. Deze uitroepen zijn, evenals het slagwerk, niet geïmproviseerd maar duidelijk aangegeven, en vertegenwoordigen de basiseenheden van de ritmische structuur. |