Een golf in een touw wordt opgewekt met een snelle handbeweging en plant zich langs het touw naar links voort (A). Als het einde van het touw zich vrij kan bewegen (los uiteinde), komt de golf aan dezelfde kant terug (C1). Als het touw is vastgebonden, zal de golf echter aan de andere kant terugkomen (C2). Bij het losse uiteinde zal de golf twee keer de amplitude hebben van de originele amplitude bij het omkeerpunt (B1); bij het vaste einde had de golf geen amplitude bij het omkeerpunt (B2).