Het tweede Continentale Congres, dat bestond uit ongeveer vijftig afgevaardigden van de Amerikaanse koloniën, kwam op 10 mei 1775 bijeen, terwijl de roep om een revolutionaire oorlog met Groot-Brittannië steeds luider klonk. Op 2 juli 1776 stemde het Congres voor onafhankelijkheid en op 4 juli werd de Onafhankelijkheidsverklaring getekend. Tijdens deze zitting riep het Congres zichzelf uit tot het hoogste regeringsorgaan van de koloniën, gaf George Washington de opdracht een continentaal leger op de been te brengen, besloot tot de uitgave van papiergeld en zette lokale regeringsorganen op.