Friedrich Nietzsche baseerde zijn ethiek op de' Wil tot de Macht', die hij beschouwde als de menselijke oerdrift. Nietzsche betitelde het christendom en de waardeleer van andere filosofen als de 'slavenmoraal'. Hij was van mening dat deze waarden de mensen in een maatschappij met universele ethische regels gevangen hielden. Nietzsche verkoos de ‘Herrenmoral’; de moraal van sterke en creatieve individuen die de maatschappelijke ethische regels ontstijgen.