De cowboys uit de begintijd van het westen van Noord-Amerika zorgden te paard voor de kuddes van veehouders. De cowboys waren verantwoordelijk voor de bescherming van de kuddes tegen veedieven, omdat het gebied waarin zij werkten grotendeels onbewoond en onbewaakt was. Deze verantwoordelijkheid legde de basis voor het geromantiseerde beeld van de moedige en ridderlijke cowboy zoals dat bestaat in legenden, boeken en films. De cowboy, hier te paard en in karakteristieke uitrusting, droeg leren kappen om zijn benen, een grote, diepe cowboyhoed om hem tegen de brandende zon of de striemende regen te beschermen en laarzen met hoge hakken die het paardrijden vergemakkelijkten.