Een netwerk is een verbinding tussen een aantal computers en bijbehorende apparatuur, waardoor elektronisch informatie kan worden uitgewisseld. Links is een lokaal netwerk afgebeeld zoals dat veelal binnen bedrijven wordt gebruikt. De individuele computers worden werkstations (WS) genoemd. Ze communiceren met de server via computerkabels of telefoonlijnen. Een server is ook een soort WS, maar heeft een administratieve functie. De server zorgt ervoor dat een WS toegang heeft tot het hele netwerk en tot de bijbehorende apparatuur (zoals een printer). De rode lijn geeft een grotere netwerkverbinding aan tussen servers, de ruggengraat. De blauwe lijn laat de lokale verbindingen zien. Met behulp van een modem (modulator/demodulator) kunnen computers via gewone telefoonlijnen informatie uitwisselen. Een modem zet digitale signalen om in analoge signalen en omgekeerd. Zo kunnen computers over een afstand van duizenden kilometers met elkaar communiceren.