De Nederlandse oesterteelt is grotendeels geconcentreerd in het dorp Yerseke. Oorspronkelijk werd in Nederland de platte Zeeuwse oester gekweekt. Na het uitbreken van de oesterziekte Bonamia in 1980 werd echter noodgedwongen steeds meer overgegaan op de productie van de Japanse oester, die niet voor deze ziekte vatbaar is. De Japanse oester groeit sneller (de teelt duurt ongeveer drie jaar) en de kweek ervan heeft daardoor in de laatste jaren een spectaculaire groei doorgemaakt. In het seizoen 1993-1994 bijv. werden meer dan 20 miljonen Japanse oesters aangevoerd.