Een legatoboog geeft voor zangers en blaasinstrumenten aan dat de noten in één adem moeten worden gezongen resp. gespeeld. Strijkers moeten de noten spelen in een enkele streek. Een verbindingsboog (tussen twee noten van gelijke toonhoogte) geeft iets heel anders aan: beide noten moeten als één toon worden gespeeld, waarbij de waarde (tijdsduur) van de tweede noot moet worden toegevoegd aan die van de eerste.