Empirici als John Locke baseerden hun metafysica op de waarneembare wereld, niet puur op theoretische creaties. In tegenstelling tot rationalisten als Descartes, Leibniz en Spinoza, die grote nadruk legden op het gebruik van de rede om kennis te vergaren, dacht Locke dat onze algemene kennis gebaseerd zou moeten zijn op alledaagse gebeurtenissen, wetenschappelijke observatie en het gezond verstand. In zijn Essay concerning human understanding schildert Locke ieder individu af als een tabula rasa. Ieders ervaringen worden hierop genoteerd en maken die persoon uniek.