Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Bush jr., George W.

Resultaten van Windows Live® Search

  • George W. Bush - Wikipedia

    George W. Bush is de zoon van George en Barbara Bush. Zijn vader was de 41e ... heeft Bush in zijn eerste kabinet tien mede-Bonesmen benoemd. Hoewel George Bush wel eens "Bush jr ...

  • George W. Bush, Jr. - The Dark Side

    Opens the doors to highlight GWB's many personal and professional transgressions.

  • George W. Bush – Wikipedia

    George Walker Bush [ˈdʒɔːɹdʒ ˈwɑːkɚ bʊʃ]? / Info / IPA, oft auch abgekürzt George W. Bush [ˈdʒɔːɹdʒ ˈdʌbljuː bʊʃ] (*  6. Juli 1946 in New Haven ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Bush jr., George W.

Encyclopedieartikel
Multimedia
George W. BushGeorge W. Bush

Bush jr., George W., voluit: George Walker Bush (New Haven 6 juli 1946), Amerikaans politicus (Republikein), werd in 2001 de 43ste president van de Verenigde Staten; hij werd in 2004 herkozen.

Bush, de oudste zoon van de 41ste president, George Bush, behaalde een graad (MBA) aan de Harvard Business School en begon zijn carrière in het bedrijfsleven bij een olie- en gasbedrijf in Texas, maar maakte in 1988 de overstap naar de politiek als adviseur van zijn vader. In 1994 stelde hij zich als Republikein kandidaat voor het gouverneurschap van Texas en wist met miniem verschil de Democraat Ann Richards te verslaan.

In november 1998 werd hij met een overweldigende meerderheid van 69% van de stemmen herkozen. Opvallend was de steun die hij genoot bij de Spaanstaligen in Texas, die een kwart van de bevolking uitmaken. Bush profileerde zich als een gematigd conservatief, en zag verbetering van het onderwijs als zijn grootste prioriteit. Hij toonde zich voorstander van de doodstraf en riep om een krachtiger aanpak van de criminaliteit.

Begin 1999 stelde Bush zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van november 2000. Als gematigd Republikein leek hij in staat de grote tegenstellingen binnen de partij te overbruggen, maar een zwak punt bleek zijn gebrekkige kennis van zaken. In de aanloop naar de partijcongressen wist Bush zijn positie te consolideren. De Republikeinse senator John McCain, die zich afzette tegen de religieus-conservatieve stroming binnen de partij, won een aantal belangrijke voorverkiezingen, maar schaarde zich in mei 2000 achter Bush; de welgestelde zakenman en uitgever Steve Forbes had zich al in februari teruggetrokken. Bush werd de officiële kandidaat van de Republican Party en koos als ‘running mate’ voormalig minister van Defensie (onder zijn vader) Dick Cheney.

De verkiezingsstrijd tegen de kandidaat van de Democratic Party, Al Gore, draaide inhoudelijk vooral om Bush’ belofte van belastingverlaging, terwijl Gore voorrang gaf aan schuldaflossing en het veiligstellen van de oudedagsvoorziening. Daarnaast speelde de diep gelovige Bush in op traditionele gezinswaarden en particuliere hulpverlening, ook als alternatief voor sociale zekerheid. In de nacht na de verkiezingen van 7 november 2000 bleek de einduitslag te hangen op de uitslag in Florida. Minimale verschillen, onduidelijke stembiljetten en slecht werkende telmachines gaven aanleiding tot handmatige hertellingen en rechtszaken tot aan het federale Hooggerechtshof toe. Op 13 december erkende Gore zijn nederlaag.

De strijd om de uitslag en het feit dat Gore in totaal meer stemmen had gekregen, leidden tot een verscherping van de tegenstellingen tussen beide grote partijen en betekenden dat de nieuwe president een zwak mandaat zou hebben. Dit werd nog onderstreept door de uitslag van de Congresverkiezingen: in de Senaat hadden beide parijen nu evenveel zetels, terwijl de kleine Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden verder slonk. Uiteindelijk verdween deze meerderheid helemaal toen de Republikeinse senator James Jeffords van Vermont in mei 2001 uit protest tegen de weinig verzoenende opstelling van de nieuwe regering opstapte.

Bush gold als een man met weinig of geen internationale ervaring, die het nationale belang liet prevaleren boven internationale afspraken en samenwerking met de Verenigde Naties. Zijn afwijzing van het Kyoto-verdrag over de uitstoot van broeikasgassen leidde tot veel kritiek uit het buitenland. Ook was Bush van plan de defensie-uitgaven te verhogen en een begin te maken met een strategisch schild tegen vijandelijke raketten – waarvoor de VS in december 2001 eenzijdig het ABM-verdrag opzegden. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 op New York en Washington verklaarde Bush de oorlog aan het internationaal terrorisme en wist bijna alle landen achter zich te krijgen in een coalitie tegen het terrorisme. ‘You're either with us or against us in the fight against terror.’ Ook in het escalerende conflict in het Midden-Oosten tussen Israël en de Palestijnen werd Bush gedwongen te bemiddelen. In zijn ‘State of the Union’, de Amerikaanse troonrede, van februari 2002 richtte Bush zich in felle bewoordingen tegen de zgn. ‘As van het Kwaad’: de in zijn ogen met elkaar verbonden schurkenstaten als Irak, Iran en Noord-Korea. In dezelfde maand bracht Bush een bezoek aan China, een land waarmee de betrekkingen vanaf 11 september aanmerkelijk waren verbeterd. Ook voor zijn binnenlandse populariteit bleek 11 september 2001 een breekpunt. Werd hij voordien door velen gezien als de man die zich door manipulaties een plek in het Witte huis had weten te verwerven, en kreeg hij aanvankelijk veel kritiek te verduren vanwege zijn geringe kennis van zaken, na 11 september ontpopte Bush zich als een krachtige leider voor alle Amerikanen in een crisistijd; de meeste kritische geluiden verstomden.

Aangemoedigd door neoconservatieve ideeën binnen zijn regering – vooral geuit door vice-president Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld – formuleerde Bush in 2002 een nieuwe strategische visie, waarin de Amerikaanse militaire hegemonie centraal stond. Om de nationale veiligheid te waarborgen werden preventieve aanvallen als gerechtvaardigd gezien. Na de uitschakeling van het Talibanregime in Afghanistan (2001) werd in maart 2003 de Iraakse dictator Saddam Hussein verdreven, zonder dat er een directe aanval op de VS aan voorafging. Bush zorgde ervoor niet dezelfde fout te maken als zijn vader, die te weinig aandacht besteedde aan de economie en daardoor ondanks militair succes niet herkozen werd. Al tijdens de oorlog drong Bush jr. bij het Congres aan op belastingverlaging voor hogere inkomens, om zodoende de economie te stimuleren.

Na de verdrijving van Saddam Hussein verliep de wederopbouw van Irak echter niet zo voorspoedig als Bush had gewenst. Het geweld escaleerde in hoog tempo en bomaanslagen waren aan de orde van de dag. Zij eisten vele slachtoffers, zowel onder de burgerbevolking als onder militairen. Al spoedig waren aan Amerikaanse zijde meer slachtoffers te betreuren dan de oorlog ter verdrijving van Saddam Hussein had gekost.

Het was duidelijk dat voorlopig van terugtrekking van de Amerikaanse troepen geen sprake kon zijn en dat de Amerikaanse aanwezigheid in Irak nog vele miljarden dollars zou verslinden. Desondanks werd Bush, met zijn running mate, vice-president Dick Cheney, op 2 november 2004 herkozen. Hij wist 286 kiesmannen achter zich te krijgen, tegenover 252 voor zijn rivaal, de Democraat John Kerry, met running mate John Edwards. Op 20 januari 2005 legde George W. Bush voor de tweede maal de ambtseed af als president van de Verenigde Staten van Amerika.

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum