![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 4 van 18
achttiende eeuwEncyclopedieartikel
Artikeloverzicht
Napels is van 1735 tot de napoleontische inval hoofdstad geweest van een gelijknamig koninkrijk. Het is met 500 000 inwoners na Londen, Parijs en Istanbul de vierde stad van Europa. Opvallend zijn hier de vele bedelaars, de lazzaroni, die in groten getale de straten bevolken: 'Het merendeel van de bedelaars heeft geen huis; zij vinden een nachtverblijf in grotten, stallen of ruïnes van huizen, of anders, weinig verschillend met deze laatste behuizing, in huurwoningen..., waar men voor een grano (Napolitaanse munt van geringe waarde) of iets meer de nacht kan doorbrengen. Men ziet hen daar, liggend als weerzinwekkende beesten, zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, zodat men zich alle lelijkheid en alle gevolgen van deze situatie wel kan voorstellen. Ze vermenigvuldigen zich sterk, hebben geen gezin en geen enkele binding met de staat behalve via de galg; ze leven in zo'n warboel dat alleen God zich te midden van hen zou kunnen oriënteren.' Napels telt op zijn minst 100 000 van deze verworpenen. In schrille tegenstelling hiermee staat het leven van de hovelingen, de hoge geestelijkheid, de ambtenaren en de juristen, die zich door vaak corrupte praktijken een heel wat hogere levensstandaard kunnen permitteren. Daarentegen heeft weer de grote geschiedfilosoof Giambattista Vico in Napels een uiterst armoedig bestaan geleid. Deze in 1744 gestorven universele geleerde ontving als hoogleraar het schamele bedrag van veertig ducaten per jaar; door het geven van privé-lessen wist hij nog juist te voorkomen onder het bestaansminimum te geraken.
Ten zuidoosten van Napels, aan de voet van de Vesuvius, worden sinds 1738 opgravingen verricht. Men heeft hier de resten van twee Romeinse stadjes gevonden, Herculaneum en Pompeji, waarvan vooral het laatste nog grotendeels intact is omdat het bedolven werd onder een asregen van de vulkaan Vesuvius. Deze ontdekking van een stad die niet langzaam is vervallen, maar midden in haar vitale bestaan is versteend, heeft grote indruk gemaakt op heel geletterd Europa. Er is de laatste jaren - zeker mede ten gevolge van deze ontdekkingen - een toenemende interesse te bespeuren voor de klassieke oudheid. Men is blijkbaar uitgekeken op de overdaad van barok en rococo en verheft de eenvoud van vorm weer tot norm.
In Venetië heeft de schilderkunst opnieuw een hoogtepunt bereikt. Vooral de stad en haar inwoners worden door de vedutisti vereeuwigd, meestal ten behoeve van de toeristen, die de lagunenstad in groten getale bezoeken. De meest geroemde Venetiaanse schilder in deze eeuw is Giovanni Battista Tiepolo, wiens fresco's vele Europese vorstenhoven sieren. Aan de onafhankelijkheid van deze trotse stad komt in 1797 een einde: zij is nu in Oostenrijkse handen.
Het Lombardijse Cremona is meer dan tweehonderd jaar lang - tot in de jaren zestig van deze eeuw - het belangrijkste centrum van vioolbouw in Italië. Aan het begin van de Cremonese school staat Andrea Amati, wiens zoon Nicolò de leermeester van de beroemde, in 1737 overleden Antonio Stradivari zou worden. Ook het vioolbouwersgeslacht Guarneri is beroemd.
Milaan, nu de hoofdstad van de Cisalpijnse Republiek, is bijna heel deze eeuw in Oostenrijkse handen geweest. Een opvallend gebouw in het centrum is het Teatro alla Scala, een reusachtig operatheater dat meer dan drieduizend toeschouwers kan bevatten. Deze in 1778 gereedgekomen schepping van architect Giuseppe Piermarini bevestigt Milaan nog eens in zijn rol van opera-Mekka van Italië.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |