Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar achttiende eeuw

Resultaten van Windows Live® Search

  • Werkgroep 18e Eeuw

    De Werkgroep 18e Eeuw informeert leden en belangstellenden over de meest recente publicaties, tentoonstellingen en congressen over de 18de eeuw. De werkgroep stelt zich ten doel ...

  • Werkgroep 18e Eeuw

    Digitalisering De Achttiende Eeuw De digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL) gaat De Achttiende Eeuw op het internet ontsluiten.

  • Ursicula

    ... voor Nederlandse Letterkunde en de Bibliotheca Thysiana te Leiden een reeks digitale facsimile’s van bekende en onbekende teksten uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 11 van 18

achttiende eeuw

Encyclopedieartikel
Multimedia
Japans no-toneelJapans no-toneel
Artikeloverzicht

2.11.2 Antwerpen

In 1795 krijgt Antwerpen weer de beschikking over een vrij bevaarbare Schelde. Na 210 jaar van blokkade kan de stad zich eindelijk opmaken haar vroegere handelspositie weer in te nemen. De oorlogssituatie van het ogenblik heeft evenwel nog niet veel scheepvaartverkeer toegelaten. De haven van Oostende is sinds de Franse bezetting enigszins in verval geraakt; in de jaren twintig heeft zij een periode van welvaart gekend, mede als gevolg van de activiteiten van de Oostendse Compagnie, die met veel succes handelde in katoen en zijde uit Voor-Indië en thee, porselein en zijde uit China. Jaloezie van de kant van de grote koloniale mogendheden leidde algauw tot een gedwongen beëindiging van haar activiteiten.

2.11.3 Brussel

Brussel verliest in 1795 zijn administratieve centrumfunctie ten gevolge van de nieuwe indeling in departementen. De stad is bijna de gehele eeuw door een voornaam bolwerk van cultuur, vooral gestimuleerd door het hofleven in de residentie van de landvoogden. Wereldberoemd is de kant die in Brussel wordt vervaardigd, van belang zijn ook de porseleinindustrie en sinds de kroning van keizer Jozef II de chemische, papier- en katoenindustrie.

2.11.4 Leuven

De universiteit van Leuven, gedurende de vorige eeuw lange tijd een bolwerk van jansenistisch denken, is langzamerhand verworden tot een tweederangs leerinstelling. Voornaamste oorzaak hiervan is de jansenistenjacht, die - reeds meer dan honderd jaar geleden ingezet door de aartsbisschop van Mechelen De Précipiano - rond de jaren vijftig met succes is voltooid door aartsbisschop d'Alsace. Hoewel de economische situatie van de Zuidelijke Nederlanden de laatste vijftig jaar gestadig beter is geworden, leven de meeste van de 2,5 miljoen inwoners toch nog in armelijke omstandigheden. Als men het gemiddeld inkomen vergelijkt met dat in de noordelijke buurstaat, waar de massa toch bepaald niet welvarend genoemd kan worden, komt een voor de Zuid-Nederlander negatieve vergelijking tevoorschijn, die aangeeft dat een groot deel van de bevolking niet zelden met honger geconfronteerd wordt.

2.12 Groot-Brittannië

In deze tijd van voortdurende oorlogen met het revolutionaire Frankrijk weet het Britse Rijk toch de heerschappij ter zee en in de koloniën die het in de afgelopen eeuw heeft opgebouwd, te handhaven. In 1707 zijn Engeland en Schotland samengesmolten in het Verenigd Koninkrijk Groot-Brittannië, de belangrijkste commerciële en koloniale mogendheid ter wereld. De Britse buitenlandse politiek is er de gehele eeuw uitsluitend op gericht deze machtspositie te consolideren en uit te breiden, hetgeen grotendeels ook gelukt is. Eén groot verlies heeft het rijk moeten lijden: de Verenigde Staten hebben zich in een acht jaar durende oorlog vrijgevochten; in 1783 moet Groot-Brittannië de Amerikaanse onafhankelijkheid erkennen. Hiertegenover staat de uitbreiding van het koloniale rijk met onder meer Canada en Voor-Indië.

De politiek is de laatste vijftig jaar beheerst door de Pitts, vertegenwoordigers van een nieuwe, door handel rijk geworden klasse, die in Groot-Brittannië de werkelijke macht vertegenwoordigt. De geschiedenis van de familie Pitt is symptomatisch voor de wijze waarop deze nieuwe klasse zich naar boven heeft kunnen werken. In 1674 ging Thomas Pitt, zoon van een parochiegeestelijke, naar Voor-Indië, waar hij als beunhaas het wettelijke monopolie van de East India Company met voeten trad. Ondanks het feit dat hij bij terugkeer in Engeland tot een boete van 400 pond werd veroordeeld, hadden zijn Indische illegale activiteiten toch genoeg opgeleverd om de heerlijkheid Stratford samen met het kiesdistrict Old-Sarum te kunnen kopen; hetgeen hem automatisch een zetel in het Lagerhuis opleverde. Hierop ging Pitt wederom naar Voor-Indië en deze keer beunhaasde hij daar zo voortreffelijk dat zijn oude vijand, de East India Company, zich genoodzaakt voelde hem in dienst te nemen.

In 1702 koopt hij van een Indische koopman een ruwe diamant van 410 karaat voor 20 400 pond. De diamant was oorspronkelijk van een slaaf, die hem in de mijnen had gevonden en hem vervolgens in een beenwond had verborgen. Een Engelse schipper had de steen van de slaaf gestolen en doorverkocht aan de Indische koopman. In 1717 verkoopt Pitt de nu geslepen diamant voor 135 000 pond aan Filips van Orléans, die hem in de Franse kroon laat zetten. Nu het geld aanwezig is, kan ook de macht komen: ‘Diamond’ Pitt, zoals hij voortaan genoemd werd, zorgt ervoor dat zijn dochter gravin van Stanhope wordt en een van zijn zoons graaf van Londonderry. Zijn kleinzoon William Pitt wordt de belangrijkste politicus van het midden van de eeuw en diens zoon, eveneens William Pitt geheten, is op het ogenblik de onbetwiste politieke leider van het Britse Rijk. De invloed van de eerste-minister is vooral toegenomen na het verlies van de Amerikaanse koloniën: sindsdien is koning George III niet meer de autocratische regeringsleider, maar ligt de macht bij William Pitt jr., die op zijn beurt weer afhankelijk is van het parlement. Het patronaatsrecht (het verlenen van ambten), vroeger in handen van de koning, is nu aan de premier toegewezen, waardoor deze zijn invloed in de kiesdistricten sterk heeft zien toenemen. In het parlement streven de Whigs naar stemrecht voor de nieuwe industriesteden ten koste van de rotten boroughs, de oude, ontvolkte kiesdistricten.

2.12.1 Economie

De industriesteden spelen hoe langer hoe meer een voorname rol in het Britse economische leven (zie ook Industriële Revolutie). Vooral de textielfabrieken schieten als paddenstoelen uit de grond, zeker nu de spinmachines en weefgetouwen aangedreven worden door stoommachines. Met deze ontwikkeling hangt de grotere vraag naar kolen en staal samen, die vooral in de Midlands gewonnen worden. Daar met name liggen de nieuwe industriesteden, waar de omstandigheden waaronder de arbeiders en hun gezinnen moeten werken en leven, allerbedroevendst zijn. De woonvoorzieningen houden geen gelijke tred met de snelle industriële ontwikkeling: hele gezinnen wonen in één kamer; daar de vrouwen ook in de fabrieken werken, worden de kinderen verwaarloosd of óók bij de productie ingezet. De werktijden zijn lang, ten minste veertien uur per dag, vakantie is voor de meeste arbeiders een onhaalbare luxe.

Een van de snelst groeiende steden is Manchester, centrum van katoenindustrie, dat juist door zijn groei met zeer ernstige sociale misstanden te kampen heeft. De stad heeft uitstekende verbindingen met de rest van het land door het ingenieuze kanalenstelsel dat in de loop van de laatste decennia is ontstaan. Deze ontwikkeling heeft zich in 1761 ingezet, toen het Duke of Bridgewater's Kanaal tussen de kolenmijnen van Worsley en Manchester werd geopend. De kolenprijzen bleken toen door de lagere transportkosten met de helft te dalen, hetgeen de ondernemers tot meer van dit soort projecten heeft gestimuleerd. Sinds 1770 is men bezig met de aanleg van een kanaal tussen de steden Leeds en Liverpool, dat met in totaal 250 km het langste van Engeland moet worden.

Vorige
... | | | | | | | | | | ... 
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum