Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar achttiende eeuw

Resultaten van Windows Live® Search

  • Werkgroep 18e Eeuw

    De Werkgroep 18e Eeuw informeert leden en belangstellenden over de meest recente publicaties, tentoonstellingen en congressen over de 18de eeuw. De werkgroep stelt zich ten doel ...

  • Werkgroep 18e Eeuw

    Digitalisering De Achttiende Eeuw De digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL) gaat De Achttiende Eeuw op het internet ontsluiten.

  • Ursicula

    ... voor Nederlandse Letterkunde en de Bibliotheca Thysiana te Leiden een reeks digitale facsimile’s van bekende en onbekende teksten uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search
Pagina 10 van 18

achttiende eeuw

Encyclopedieartikel
Multimedia
Japans no-toneelJapans no-toneel
Artikeloverzicht

2.10.2 Sociale situatie

De steeds meer om zich heen grijpende ellende van de kinderarbeid biedt sommige industrieën wel enig houvast, maar heeft een nog grotere werkloosheid onder de volwassenen tot gevolg. Werkloosheid en uitbuiting hebben grote aantallen vroeger ordentelijk levende ambachtslieden doen verpauperen: voor velen is slechts het bestaansminimum weggelegd. Er bestaat een enorme welvaartskloof tussen ondernemers, kooplieden en regenten en het gewone volk, een kloof die vaak tot rebellieën van het door armoede wanhopig geworden ‘grauw’ heeft geleid. Hoewel in de Constitutie van 1798, naast onder meer het instellen van ‘ene volksregeering bij vertegenwoordiging’, het bevorderen van welvaart voor allen in het vooruitzicht wordt gesteld, is van een verbetering van het lot der armen nog geen sprake.

2.10.3 Handelscompagnieën

De handelscompagnieën, die haar voornaamste zetel in Amsterdam hadden, zijn sinds kort opgeheven. De West-Indische Compagnie (WIC) heeft door slavenhandel nog enige voorspoedige jaren gekend, maar op den duur bleek deze onderneming door interne corruptie en de druk van de Engelse concurrentie zo verzwakt dat de staat haar schulden en bezittingen in 1792 heeft overgenomen. De Verenigde Oost-Indische Compagnie heeft haar bestaan zes jaar langer kunnen rekken, maar ook deze vereniging heeft de 17de-eeuwse successen niet kunnen voortzetten, met als gevolg een enorme schuldenlast, die de staat net als bij de WIC heeft overgenomen.

2.10.4 Cultuur

Niet alleen het economische leven kent in Amsterdam een terugslag, ook op cultureel terrein heeft de stad veel minder te bieden dan voorheen. Internationaal befaamde schilders heeft de hoofdstad de afgelopen honderd jaar niet opgeleverd; naast voortborduren op de zeventiende-eeuwse voorbeelden is er enige invloed van het Franse classicisme.

Het van het buitenland overgenomen classicisme heeft de kwaliteit van de literatuur geen goed gedaan; de laatste decennia echter zijn enige oorspronkelijke schrijvers in het licht getreden, met name Betje Wolff en Aagje Deken, die vooral naam hebben gemaakt met hun roman Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Dat de schrijfsters, geheel naar de geest van de tijd, een moraliserende bedoeling gehad hebben, blijkt uit hun mededeling dat het boek werd geschreven om te beklemtonen: '... dat eene overmaat van levendigheid, en eene daar uit ontstaande sterke drift tot verstrooiende vermaken, door de Mode en de Luxe gewettigd, de beste meisjes meermaal in gevaar brengen om in de allerdroevigste rampen te storten; die haar veracht maken by zulken, die nimmer in staat zyn, om haar in goedheid des harten en zedelyke volkomenheid gelyk te worden; by zulken, die zy in 't licht stonden; by zulken die het wrede vermaak hebben, om haar, reeds gevallen, dodelyk te grieven,...'

De schrijvende dames hebben de laatste jaren overigens moeten delen in het wijd verspreide lot van verarming: na hun terugkeer uit Frankrijk, waarnaar zij in 1787 ten gevolge van hun patriottische gezindheid waren uitgeweken, hebben zij hun kapitaal geschonden aangetroffen; zij zijn nu verplicht hun oude dag met moeizame arbeid door te brengen.

De belangstelling voor de cultuur is deze eeuw omgekeerd evenredig aan de kwaliteit van de kunstuitingen. Het mecenaat bloeit en sommige rijke burgers bezitten internationaal befaamde schilderijencollecties. Een welvoorziene bibliotheek kan men bij vele gegoede burgers aantreffen, evenals een kabinet van de meest uiteenlopende samenstelling: penningen, prenten, schilderijen, porselein, instrumenten en gesteenten.

Vele weetgierigen hebben zich in genootschappen georganiseerd, die zich op allerlei onderdelen van wetenschap en cultuur toeleggen, zoals de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte te Rotterdam, het Teylers Genootschap te Haarlem en de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen te Amsterdam. Deze laatste heeft niet alleen de popularisering der wetenschappen ten doel, maar bovendien het bevorderen van democratisch staatsburgerschap.

2.11 De Zuidelijke Nederlanden

Het grootste gedeelte van de eeuw zijn de Zuidelijke Nederlanden Oostenrijks bezit, namelijk van de Vrede van Utrecht (1713) tot 1794, als de Oostenrijkse troepen bij Fleurus definitief door de Franse revolutionairen worden verslagen. Het Oostenrijkse bewind heeft in vergelijking met het voorafgaande Spaanse zeker geen verslechtering betekend: de Oostenrijkse tak van de Habsburgers is heel wat minder erfelijk belast dan de Spaanse. In de binnenlandse politiek heeft dit lange tijd geresulteerd in een rustig en intelligent bestuur, dat toch vele wijzigingen nastreefde, vooral centralisatie van de macht. Als Jozef II zijn moeder, Maria Theresia, in 1780 opvolgt, is het echter gedaan met de weloverwogen besluitvorming die tot dan de politiek beheerste. De nieuwe keizer gaat zich veel persoonlijker met de Zuid-Nederlandse affaires bezighouden dan zijn voorgangers ooit hebben gedaan: Karel VI en Maria Theresia hebben nimmer hun noordelijk domein bezocht.

2.11.1 De Brabantse Omwenteling

De afbraak van de oude en vertrouwde bestuursorganisatie leidt al snel tot verzet, dat culmineert in de Brabantse Omwenteling van 1789. Sindsdien heeft het land geen rustig moment meer gekend: in 1790 restaureren de Oostenrijkers hun macht, twee jaar later vallen de Fransen binnen en bezetten in korte tijd het gehele grondgebied; in 1793 worden zij nog eenmaal verdreven, maar in 1794 komen zij terug. In 1795 wordt het land verdeeld in negen departementen, die deel uitmaken van de Franse republiek: Dijle (hoofdstad Brussel), de Beide-Neten (Antwerpen), Schelde (Gent), Leie (Brugge), Jemappes (Bergen), Beneden-Maas (Maastricht), Ourthe (Luik), Wouden (Luxemburg) en Samber-en-Maas (Namen). De Zuidelijke Nederlanden zijn ten prooi aan een enorme plundering: een oorlogsschatting van 80 miljoen francs drukt de economie, levensmiddelen worden op grote schaal gerequireerd, kunstschatten geroofd. De verbeurdverklaring van vijfhonderd abdijen en kloosters – waarbij vijftienduizend kloosterlingen op straat zijn komen te staan – levert de Franse revolutionairen 500 miljoen francs op. Deze kerkvervolging en de ingevoerde dienstplicht leiden in 1798 vooral op het platteland tot massale opstanden, die aan tienduizend mensen het leven kosten.

Vorige
... | | | | | | | | | | ... 
Volgende
Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum