![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search melodrama [muziek]Encyclopedieartikel
melodrama [muziek] (Ital.: melodramma; dramma per musica), oorspronkelijk synoniem van opera, sinds de tweede helft van de 18de eeuw aanduiding van een vorm waarin een gesproken dramatische, epische of lyrische tekst met een deze tekst ondersteunende, interpreterende instrumentale begeleiding samengaat. Het kwam korte tijd in zwang door J.A. Benda's Ariadne auf Naxos (1775) en Medea (1775), navolgingen van J.-J. Rousseaus lyrische scène Pygmalion (1770). In de eerste helft van de 20ste eeuw beleefde het genre een opbloei in Frankrijk (Emmanuels Salamine, 1922; Roussels La naissance de la lyre, 1924; Honeggers Amphion, 1931, en Semiramis, 1933; Strawinsky's Perséphone, 1934). Buiten Frankrijk componeerde o.m. Henze zijn ‘Kurzoper für Schauspieler’ Das Wundertheater (1948). Als samengaan van gesproken tekst en muziekbegeleiding kwam het melodrama voor als toneelmuziek of ingelast in opera's (Zaïde van Mozart; Egmont, Die Ruinen von Athen en de kerkerscène uit Fidelio van Beethoven; scène in het wolfsravijn uit Der Freischütz van C.M. von Weber). Ook in concertvorm, meestal als ballade, vond het melodrama toepassing; in deze vorm wordt declamatie door muziek begeleid. Het genre was in de tweede helft van de 19de eeuw zeer geliefd (Schumann: Zwei Balladen, 1852; Liszt: o.a. Lenore, 1858, en Der blinde Sänger, 1875; R. Strauss: o.a. Enoch Arden, 1897). Uit deze periode dateert ook een bijbetekenis van het woord melodrama, afkomstig van eenvoudige, populaire volksmelodrama’s: een larmoyant, superdramatisch gebeuren. Verscheidene componisten van melodrama's trachtten het ritme van de spreekstem in noten te fixeren, o.m. C.M. von Weber in Preziosa (1821) en Milhaud in Les Choéphores (1916). Met Humperdincks Die Königskinder (1897) ontstond het ‘gebonden’ melodrama, waarin behalve het ritme ook de toonhoogte in een speciaal notenschrift werd vastgelegd. Dit werd verder uitgewerkt door Schönberg in zijn Gurrelieder (1900–1911) en Pierrot Lunaire (1912). Alle soorten van melodrama verenigde ten slotte Berg in zijn opera Wozzeck (1914–1921). Aansluitend bij Schönberg en Berg schreef Boulez de cantate Le visage nuptial (1948) en Vogel zijn Drei Sprechlieder (1925), o.m. nagevolgd door Luigi Nono (La victoire de Guernica, 1954).
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |