![]() |
Resultaten van Windows Live® Search
Resultaten van Windows Live® Search Pagina 2 van 4
Artikeloverzicht
Introductie; 1. Oudheid; 2. Germanen; 3. Middeleeuwen; 4. 16de eeuw; 5. 17de eeuw; 6. 18de eeuw; 7. 19de eeuw; 8. 20ste eeuw
Tijdens de Myceense cultuur wekt, althans volgens de afbeeldingen, de kledij de indruk of voor het eerst het lichaam ingeregen werd, zowel bij vrouwen als bij mannen. De mannen droegen niet veel meer dan een kort, nauwsluitend broekje, de vrouwen gladde, geregen, nauwsluitende lijfjes met halflange mouwen, die de borst geheel onbedekt lieten. Klokrokken met vele veelkleurige stroken bezet, misschien ook broeken in dezelfde vorm, hingen neer tot op de grond. Hoge, puntige hoofdbedekkingen kwamen voor.
In de latere Griekse klederdrachten ziet men de draperingen weer terug, nu echter met zeer soepele stoffen. Jongelingen en militairen droegen vaak slechts als enig kledingstuk een chlamys. In combinatie daarmee werd soms een breedgerande reishoed (petasos) gedragen. Slechts in latere tijd (4de tot 3de eeuw v.C.) droegen de vrouwen hoeden, gelijkend op omgekeerde, korte trechters.
De klederdracht van de Romeinen komt voort uit die van de Grieken: over de tunica droegen de mannen de toga. De vrouwenkleding bestond uit een ondertunica, waaroverheen de stola gedragen werd. Het geheel werd bedekt door een gedrapeerde mantel (palla). Sandalen en halfhoge schoenen voltooiden de kledij. Hoofdbedekking kwam nauwelijks voor.
De kleding in het Byzantijnse Rijk vertoonde sterke invloed uit het oosten, niet in het minst door de motieven in de rijke weefsels, terwijl toevoeging van edelstenen ertoe bijdroeg een stijve, statige kledij te doen ontstaan. Het kostuum bestond in hoofdzaak uit een lange tunica met lange mouwen, waaroverheen een lange schoudermantel gedragen werd, waarop aan voor- en achterzijde, ongeveer op halve hoogte, een groot vierkant stuk was genaaid, dat rijk geborduurd of met edelstenen versierd was. Later werd de Byzantijnse dracht nog stijver, met een brede, zwaar geborduurde en met stenen bezette strook om de schouders, waarvan de uiteinden afhingen.
De Germanen hadden als voornaamste kledingstuk een tunica met lange of korte mouwen en een lange broek; deze laatste werd ook wel door vrouwen gedragen. Een mantel van wol of uit dierenhuid vervaardigd diende ter beschutting, terwijl vaak beenwindsels over de broekspijpen benevens sandalen de kledij voltooiden.
© 1993-2008 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© 2008 Microsoft/Het Spectrum
![]() ![]() |