Zie ook:
Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar klederdracht

Resultaten van Windows Live® Search

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

klederdracht

Encyclopedieartikel
Multimedia
Minikleren (1955)Minikleren (1955)
Artikeloverzicht

Introductie

klederdracht, kledij waardoor lokale of regionale groepen zich van andere onderscheiden. Voor de geschiedenis van de meer algemene kleding zie kostuum. In West-Europa komt werkelijk nationale klederdracht nergens meer voor. De grootste verscheidenheid in klederdrachten treft men aan in berglanden als Zwitserland en Oostenrijk. Kenmerkend zijn overal en altijd de kleurigheid, de vele versieringen in kant en borduurwerk en de bijous van goud- en zilverwerk, dikwijls filigraan.

1. Nederland

Volgens geografische indeling ziet het tegenwoordige drachtenbeeld in Nederland er globaal als volgt uit: in Friesland, Groningen en Drenthe is de volledige dracht tot zuiver gelegenheidskostuum verstard. Het brede, gouden of zilveren oorijzer wordt ‘bloot’ gedragen (over een zwarte en een witte ondermuts), of bedekt met de ‘floddermuts’, die bij de ‘stiften’ aan de slapen is vastgezet met sierspelden. De drachten van Hindeloopen en Schokland zijn geheel uitgestorven. De kledingtraditie van Staphorst en Rouveen is daarentegen nog levend, waarbij, in een geheel met veel rode en blauwe accenten, de hoofddracht sterk spreekt met het op zeer aparte wijze gedragen brede oorijzer. Deze oorijzerdracht zet zich voort langs de Zuiderzeekust in Hierden, Nunspeet (andere stand van het oorijzer) en Huizen. In de rest van Gelderland en in Overijssel draagt men bij de stijve, zwarte japon anno 1900, vele plaatselijke variaties van de cornet- of ‘knip’-muts. De dracht van Bunschoten en Spakenburg vertoont een aparte, welhaast abstracte tendentie door de letterlijke verstijvingen van de breeduitstaande ‘kraplap’ en het bovenstuk van het schort. Opmerkelijk zijn de aan een haak achter aan het lijfje opgehangen rok en de smalle doek (zelfs in de zwaarste rouw rood-met-wit). De kanten overmuts wordt thans slechts bij bijzondere gelegenheden (doop, huwelijk) gedragen over de verder altijd zichtbare, gehaakte witte ondermuts.

In Noord-Holland wordt de West-Friese oorijzermuts steeds zeldzamer, het ‘hulletje’ wordt er nog gedragen. Op Terschelling is de zeer aparte hoofddracht aan het verdwijnen. Volledig kostuum wordt nog gedragen in Volendam, Marken en het in principe kostuumverwante Urk. Van de vissersplaatsen langs de Noordzeekust handhaaft alleen Scheveningen de oude traditie, in de week met de zwarte, met rood gevoerde schoudercape en het kleine witte mutsje, 's zondags met voor jonge vrouwen pastelkleurige cape en de oorijzermuts, ‘mopmuts’ of ‘moppes’ genaamd (de stand van het ijzer is volkomen tegengesteld aan die van Staphorst). Op de Zuid-Hollandse eilanden eindigt, evenals op de noordelijke van de Zeeuwse eilanden, het zeer smalle oorijzer in toelopende gouden spiralen, eventueel voorzien van prachtig bewerkte ‘bellen’. Op Zuid-Beveland alleen eindigt het ijzer in grote rechthoekige gouden platen (met de versiering aan de niet-zichtbare zijde), waaraan vroeger hangers hingen. Hier spreekt in de kleding duidelijk het onderscheid tussen het protestantse en het rooms-katholieke deel van de bevolking, waarbij ook weer de hoofdbedekking een voorname rol speelt: de enorm grote schelpvormige ‘Transvaalse’ muts van de protestantse, tegenover de trapeziumvorm van de rooms-katholieke vrouwen. De muts van Nieuwland vormt een categorie op zichzelf. Walcheren, Arnemuiden en Axel hebben een gemeenschappelijk uitgangspunt voor het kleine ronde mutsje. De verschillende variaties in de kleding in Zeeland zijn alle terug te brengen tot het grondprincipe van jak, beuk, doek, hemdrok, rok en schort, waarbij vervormingen van de eerste drie elementen de plaatselijke verschillen bepalen, met daarnaast de aparte mutsentradities. In Noord-Brabant en het daarmee verwante Noord-Limburg heeft het kostuum het type van de stijve, ouderwetse zwarte japon, met of zonder pelerine; de muts vertoont, op basis van een zwarte onder- en een overmuts en een losse toevoeging, genaamd ‘kroon’ (Baronie van Breda), ‘poffer’ (Midden- en Oost-Noord-Brabant) of ‘toer’ (Noord-Limburg), bij eerstgenoemde een streven naar rond, bij de laatste twee naar een breed effect. Met uitzondering van de omgeving van Sittard (en enkele laatste restanten van een aparte vorm in Stein) kent Limburg geen regionale drachten meer.

Het is de vrouw die in haar kleding aan de regionale dracht veel langer heeft vastgehouden dan de man. Slechts Marken, Volendam, Urk, Staphorst (met fraaie zilveren knopen en broekstukken) en Zeeland kennen nog de mannendracht. De kinderdracht bestaat nog slechts in Marken, Volendam, Staphorst, Bunschoten en Spakenburg. Bij de kinderdracht bestaan verscheidene tradities voor de verschillende leeftijdsgroepen, het uitgebreidst op Marken, waar er zelfs een tussenvorm bestaat (van 5de–7de jaar) tussen de jongen in de rokken en het miniatuurmannenpak. Het meisje wisselt definitief van kleding tussen het 16de en 18de jaar.

2. België

Ook in België, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, zijn in de loop van de 19de eeuw de regionale klederdrachten sterk in aantal achteruitgegaan. Als volksdrachteneilanden komen in de 20ste eeuw nog slechts de Kempen en de Ardennen in aanmerking. Overal elders, behalve misschien in sommige oude steden en streken: Brugge, Ieper, Oudenaarde, Lier, Aarschot, Bergen (Mons), Namen, Aarlen, het Pays de Gaume (Belgisch Lotharingen), de Zeepolders en de Noordzeekust, beperkt zich de volksdracht tot de mantel (kapmantel) en het hoofddeksel (muts of neusdoek). Gelegenheidsgewaden van de andere streken worden enkel nog als folklore op kermissen, in optochten of carnavalstoeten gedragen. Men onderscheidt feestdrachten (zondagse boeren- en boerinnenkledij), ouderwetse militaire uniformen (bijv. bij de Waalse ‘marches’) en werkdrachten (vissersoliekazakken met zuidwester en mijnwerkerspakken met lederhelmen).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum