Zoeken in Encarta Winkler Prins
Zoeken in Encarta Winkler Prins naar Nederlandse Scholen

Resultaten van Windows Live® Search

  • Europees Platform

    Het doel van het Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs is het versterken van de Europese dimensie, het bevorderen van de internationalisering van het Nederlandse ...

  • Nederlandse Kastelenstichting

    De Nederlandse Kastelenstichting heeft lesmateriaal voor de basisscholen en de brugklassen in het voortgezet onderwijs. Voor vragen omtrent dit materiaal, maar ook voor informatie ...

  • Stichting NOB

    Het Nederlands onderwijs in het buitenland moet goed aansluiten bij het onderwijs in Nederland. Bestuur en directie van Nederlandse scholen in het buitenland hebben de belangrijke ...

Alle zoekresultaten weergeven in
Resultaten van Windows Live® Search

Nederlandse Scholen

Encyclopedieartikel
Multimedia
Lagrime di S. Pietro van LassusLagrime di S. Pietro van Lassus

Nederlandse Scholen, verzamelnaam voor de componisten van de 15de en de 16de eeuw toen ‘Nederlandse’ componisten zo toonaangevend waren dat het hele muzikale gebeuren in West-Europa naar hun geografische afkomst werd genoemd. Deze geografische afkomst beperkt zich trouwens tot de oude gebieden Vlaanderen, Henegouwen, Brabant, het bisdom Kamerijk en Picardië. Men kan dus ook spreken van Franco-Vlaamse Scholen. Men groepeert deze componisten in vijf generaties, waarvan de eerste twee ook met de term Bourgondische Scholen worden aangeduid, omdat ze samenvallen met de 15de eeuw, de periode van de culturele uitstraling van het Bourgondische hof. De eerste generatie heeft G. Dufay als prominentste figuur (ca. 1430). De cantus firmus wordt aangewend als bindmiddel in de misfragmenten. De tweede generatie voert Johannes Ockeghem (ca. 1450) in het vaandel; hij was een streng en virtuoos contrapuntist. De derde generatie deint over geheel Europa uit met o.m. J. Obrecht, Josquin des Prez en H. Isaac (ca. 1500) als belangrijkste componisten; de cantus firmus verhuist nu naar andere stemmen dan de tenor; er wordt doorgeïmiteerd. De vierde generatie splitst zich in twee groepen; een groep die in Italië werkt, met A. Willaert te Venetië (ca. 1530), en de dubbelkorigheid toepast. De cantus firmus wordt verlaten en een motet of madrigaal wordt als bindelement gebruikt. Een tweede groep blijft in het rijk van Karel V (Nederlanden, Spanje en Duitsland): Clemens non Papa en Gombert. Zij zijn meesters in het motet. De vijfde generatie sluit de absolute suprematie van deze meerstemmigheid in polyfone vorm af met Lassus en De Monte (ca. 1550). In hun werk worden Nederlandse en Italiaanse invloeden verwerkt, zodat het lineaire contrapunt ook verticaal wordt ervaren. Na 1600 wordt het muziektoneel door de Italiaanse monodie beheerst. In de Nederlanden heeft deze vijfde generatie nog late bloeiers gekend, o.m. in het werk van J.P. Sweelinck. De term Nederlandse School of Scholen is afkomstig van de Duitse musicoloog Kiesewetter (1828).

Zoeken in dit artikel
Printervriendelijke pagina bekijken
E-mail




© 2008 Microsoft/Het Spectrum